Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een ieder moet opvallen. We willen slechts enkele der meest markante punten aanstippen. Terwijl de goden op voorstel van den machtigen Enlil hebben beraadslaagd een vloed te doen komem, wordt het geheim door Ea stillekens verklapt, en als het straks aan Enlil blijkt dat er toch iemand is ontkomen ontsteekt hij in woede en vaart heftig uit, maar het gelukt Ea hem tot rede te brengen, en het slot is dat de Babylonische Noach en zijne vrouw onder de goden worden opgenomen. Typisch is ook hoe de goden bij het razen van den vloed zelf bevreesd worden en „als honden in elkaar gedoken" ' tegen de muren van den hemelburcht kruipen; maar ook weder bij het rieken van den geur der offerande „als een vliegenzwerm" zich boven het hoofd van den offeraar verzamelen.

Als slotsom van het dusver besprokene kunnen wij vaststellen, dat er van eene wezenlijke analogie der Schriftuurlijke berichten omtrent schepping, val en zondvloed geen sprake kan zijn. Weliswaar vinden we in de overlevering van sommige volken, en met name van de Babyloniërs, enkele gegevens die óf als zeer verre klanken of, gelijk ten opzichte van den zondvloed, als een meer nabij geluid aan de OudTestamen tische openbaring herinneren; maar ook daar waar de overeenstemming het grootst is, zijn de verscheidenheden nog weder zoo wezenlijk en van zoo ingrijpenden aard, dat van gelijkvormigheid niet mag worden gerept. Juist echter de overeenstemming die zich opmerken laat kan, veeleer dan twijfel aan het openbaringskarakter der Schriftuurlijke mededeelingen te wekken, tot bevestiging van de Bij belsche voorstelling dienen. Ze laat zich verklaren als de verbasterde nawerking der oorspronkelijke gemeene traditie van het menschelijk geslacht, en daarbij is het tevens ook zoo alleszins begrijpelijk, èn waarom ten aanzien van de jongste der drie besproken feiten de overeenstemming met de Schrift het grootst is, èn waarom deze overeenstemming met name in Babel, de bakermat van het menschelijk geslacht, gevonden wordt.

Bij het tijdvak der aartsvaders zullen wij ons niet lang ophouden. De beide theorieën die op de aartsvaders werden toegepast, de eene dat zij z.g. heroes eponymi zouden geweest zijn, verdichte personages van wie volken of stammen hun ontstaan afleiden, zooals b.v. de Grieken of Hellenen van een zekeren Hellen, de andere dat zij als vermensche-

Sluiten