Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk: op iemand overspringt) of hem „aantijgt" (zooals men een kleed aantijgt). Zulke uitdrukkingen bewijzen echter niets, wijl wij ons voor het aanduiden van geestelijke dingen nu eenmaal van geen andere termen kunnen bedienen dan die aan het stoffelijke zijn ontleend. Ook meent men deze voorstelling te zien doorschemeren in het overbrengen van den Geest die op Mozes was op de zeventig oudsten; doch dat ook twee der aangeschrevenen die in het leger waren achtergebleven dien Geest ontvingen pleit juist tegen het denkbeeld eener stoffelijke overdraging. Desgelijks beroept men zich op de dooden-opwekkingen van Elia en Elisa, waarbij door het leggen van hun lichaam op het lijk > de zielestof in den doode zou overgaan, op den wensch van Elisa om twee deelen van Elia's geest te mogen ontvangen, op het sluiten van de deur bij het wonder met de olie en het verbod van groeten aan Gehazi die den staf van Elisa draagt, hetgeen de wegvloeiing der zielestof zou moeten verhinderen, op de herleving van den doode die met het nog van zielestof vervulde gebeente van Elisa in aanraking kwam, enz. Het is duidelijk dat het daarbij niet de tekst der H. Schrift zelf is, die grond geeft om aan de zielestof in den trant der Animisten te denken, doch uitsluitend het gissend vermoeden dergenen die naar sporen der Animistische voorstelling zoeken. Voorts geven de Israëlietische rouwgebruiken aanleiding om aan Animisme te denken. Deze rouwgebruiken worden verklaard als verweermiddelen tegen den doode die bij de nog levenden tracht binnen te dringen ten einde zich van hunne zielestof meester te maken: daarom sluit men de openingen van het hoofd door een omhulsel af, en zit plat op den grond, daarom vast men ten einde niet met de spijze den geest van den doode in zich op te nemen, enz. Ook hier ontbreekt wederom in den Bijbelschen tekst van dezen gedachtengang elk spoor; ze is vrucht van het vernuft der beoefenaren van de Godsdienstgeschiedenis en wordt op de meest stellige wijze weersproken door het feit dat al de gebruiken welke in rouw voorkomen, ook in allerlei andere gevallen worden toegepast. Niet beter staat het met verschillende andere gronden die men aanvoert, zooals het eten van ongezuurde brooden, de verboden om tweeërlei zaad op een akker te zaaien, tweeërlei stof voor een kleed te gebruiken, tweeërlei dieren voor de ploeg te spannen, of om het bokje te koken in de melk zijner moeder,

Sluiten