Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een salon in het Doelen-hotel te Amsterdam. Door een half-geopende deur ziet men in een slaapkamer. Avond. Holberg komt binnen, gevolgd door den advocaat Mr. Kagersma. Holberg. Kerel, ik ben zoo blij, dat je nog even mee kon gaan. (Hij legt zijn hoed neer en doet zijn ^overjas uit. Is in rok.) Wat wil je drinken.... Och jawel, neem wat.... Nou, hier zijn tenminste sigaren.... Doe je overjas uit, toe, een oogenblik!.... Jou moet ik opheldering geven. Ik heb me afgemaakt van die invitatie, en ik zag wel: men vond dat

vreemd Men! Maar jij inviteerde mee!

Daarom moet jij weten voor jou De

anderen blijven me dan maar een zonderling vinden.... in Gods naam!.... Dat ik dit vrijwel heb voorzien.... Twee jaar lang heb ik ons land gemeden. Ik was bang, hier terug

te komen Men praat, benijdend, van „vrije

artiesten." We kunnen niets doen, of het wordt bekend. Zelfs wat we niet-doen, staat onder controle. Maar dat jij, mijn vriend van de moeilijke jaren, die toen zoo alles voor me waart, me nu zoudt verdenken van cabotinage.. Och jawel, dat zou het zijn. Zie je, dat wil

Sluiten