Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

venuïgs — dacht ik: het zou mijn vader plezier doen, als hij zijn jongen hier kon zien, de eerste gast aan deze tafel. Al pratende met mevrouw, merkte ik wel, dat hij, terwijl ik natuurlijk haar aankeek, de oogen telkens op me gericht hield. Een paar keer, met opzet, wendde ik me om en zag hem aan. Keek hij spottend? Verlegen? ik wist het niet, ik dacht er toen trouwens niet over door; wel had ik me naar hem toegekeerd om de moog'lijke indruk weg te nemen, dat ik enkel oog voor zijn vrouw had. Toen.... mevrouw had me juist gevraagd naar mijn ervaring aan 't Hof te Berlijn: hoe de Keizer voor me geweest

was zag ik: hij had blauwe oogen....

Hoe is het precies gegaan? Ik weet, dat ik bedremmeld raakte en het niet zijn wóu, me dwong tot praten, tot druk vertellen van 't

Hof en de Keizer, te druk, te véél het

verveelde mevrouw Onderwijl drong ik

me op, dat ik gek was! 't Beduidde immers niets: blauwe oogen, nog wel in een noordelijk land! Verward, dronk ik, langzaam, maar achtereen, een glas zware bourgogne leeg. Hij zag 't me doen en knikte glimlachend, blijkbaar denkend: die doet zich te goed! Hoe zouden mijn gedachten hem met billijkheid dat genadige knikje hebben verweten? 'k Was een ezel, ik wist me niet te gedragen! Geschrikt was ik van niets, iets vreeselijks had ik vermoed

Sluiten