Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenover me, had mij een vaag vermoeden gegeven van iets geheimzinnigs en iets misdadigs. Nu was dart gevoel anders. Ik zag, ik voelde in hem een bekende, de verwoester van ons geluk.

Waarom was het de man, die daar zat? Ik wist het niet, ik weet het nog niet. Maar twijfelen deed ik niet meer. Even nog dreigde een aarzeling, dacht ik aan Hamlet, vergeleek me met hem, en vroeg onthutst, gejaagd mij af: is mijn gevoel misschien „literatuur?"— . Weer keek ik naar hem, hij at van de zeekreeft, die ik even te voren had laten voorbij gaan. Aan een schaar ontwrong hij het vleesch, gulzig straalden de blauwe oogen.... Ik was weer zeker en nu ook kalm. Rustig begon ik tegen de gastvrouw. Merkte spoedig, dat ik haar boeide. Pratende, keek ik, opeens, naar hem. Hij zag naar ons, verwonderd-nieuwsgierig. Het kwam er op aan, dat ik heel gewoon deed, want hij mocht geen argwaan krijgen. Ik wist nu: het zou zijn na de maaltijd. Dan zou ik hem treffen.... Hoe, wist ik nog niet. Maar daar moest ik nu niet aan denken! Het moment op zichzelf was moeilijk genoeg. Ik praatte druk, hoe langer hoe meer, met andere gasten, hier.... en daar.... met een ploert aan een hoek van de tafel, die me vroeg, waarom ik niet trouwde: zoo'n ladykiller.... en 'k lachte gevleid, God jal óm maar een ezel te

Sluiten