Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorgaan voor kunstbeschermer. En, domheid van je, of toeval, of straf! die Mascenas heeft mij gehaald in zijn huis. Jij — en.... kunst, met godsdienst het hoogste! Ba!

Nu had ik de schoft toch getroffen, met rechtstreeksche woorden.

't Was gedaan met zijn spottende nonchalance.

Hij kromp ineen.

Ik moet toen wel sterk op vader geleken hebben, zooals ik daar voor hem stond.

Ik voelde 't zelf, ik voelde, dat hij in mij de wederverschijning van vader herkende.

Ik zag zijn schuw-angstige oogen, met die blik van een geranselde hond; en juist dat smeekende, dat laffe in zijn houding maakte me plotseling krankzinnig. Buiten mezelven van drift vloog ik hem aan. In 't wilde hamerden mijn vuisten. Als ze me toen niet hadden overrompeld, me van hem weggesleurd, ik had een moord begaan, zoowaar ik hier voor je sta. God dank, dat het zoover niet kwam.

Hoe het afliep, spaar ik je. De ordinaire kloppartij, die nog volgde, 'kan je moeilijk interesseeren.

Eén ding alleen heeft me erg gespeten. Toen ik wegging en bij de trap kwam, zag ik mevrouw. Bleek en bevend stond ze daar. Ze zei niets, vroeg niets, maar ik begreep wel, dat ze gehoord

Sluiten