Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOLSTOY ALS KARAKTER.

Eerzucht is de prikkel, welken 's menschen Hoogere Zelf behoeft en gebruikt, om 's menschen lagere zelf sterk naar voren te drijven en tot volle ontwikkeling van alle beschikbare krachten te nopen. Vandaar dat eerzucht bovenal voorkomt op een leeftijd, als 's menschen beste krachten nog uit hun sluimering gewekt moeten worden. Ja, een leven zonder eerzucht in jeugd en jongelingsjaren is tegennatuurlijk en onredelijk. Zoodanig leven loopt alle kans te mislukken.

De verhouding van het Hoogere Zelf tot het lagere zelf laat zich werkelijk vergelijken bij de betrekking, waarin een wagenmenner staat tot zijn vurig, jong paard, dat beleerd moet worden. Het dier overdrijft de beteekenis »van een tikje met de zweep zoo licht, het verstaat zoo menige teugelwending verkeerd, maakt tijd- en krachtverspillende zijsprongen en slaat in het ergste geval op hol. Een goed en wijs wagenmenner zal echter altijd eenige uitingsvrijheid blijven veroorloven aan zijn paard, trots het gevaar dat daaraan verbonden blijft, omdat hij in zijn geval niets zoo verschrikkelijk vindt als den wil van zijn paard te dooden en het dier te verlagen tot een karakterloos werktuig.

Vergelijkenderwijze kan het diepbedroevend en jammerlijk worden, wanneer jonge menschen, door eerzucht gedreven, overslaan tot daden, die op schade uitloopen en tot niets dan schande voeren.

Eerzucht heeft het jonge leven van Tolstoy beheerscht.

Het had voor hem zeiven en voor ons, zijne tijdgenooten, een allernoodlottigste uiting van eerzucht kunnen worden, die hem, „alleen maar om iets bijzonders te doen, om gewichtig te schijnen" ('t is Tolstoys eigen uitleg van het geval), op omstreeks tienjarigen leeftijd uit het raam van de tweede verdieping deed springen. Opdat niemand hem in zijn voornemen zou kunnen verhinderen, was hij opzettelijk alléén in de kamer' achtergebleven, toen de anderen aan tafel gingen. Gelukkig had hij niets gebroken en alles liep af met een lichte hersenschudding. ')

Het was dezelfde heillooze eerzucht, die hem in zijn

!) „Tolstoi's leven. Zijne persoonlijke herinneringen, brieven en aanteekeningen 1828—1863. Bewerkt door P. Biroekof. Geautoriseerde vert. naar het Russische handschrift door Emma B. van der Wijk'-'. Te Amsterdam bij P. N. van Kampen en Zoon. Bladz. 109.

Sluiten