Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier kom ik aan een tweede, sterk uitkomende eigenaardigheid in Tolstoys karakter en wel aan zijne oprechtheid. Jonge menschen met groote eerzucht, maar klein talent, loopen altijd gevaar, een houding van grootheid aan te nemen, die met de waarheid in flagranten strijd is. Gelukkig, dat bij Tolstoy groote begaafdheid gelijken tred kon houden met groote eerzucht. Doch ik neem niet aan, dat Tolstoy — ware zulks niet het geval geweest — zich ooit anders zou hebben voorgedaan dan hij in werkelijkheid was. Daarvoor zou hem, behalve reeds zijn realistische geest, zijn ingeschapen oprechtheid hebben bewaard. En toch is het niemand minder dan de vermaarde Toergénjef, die onmiddellijk na eerste kennismaking met Tolstoy (anno 1855), van hem zeide: „Geen enkel woord, geen enkele beweging is natuurlijk bij hem. Hij poseert altijd voor ons". ]) Vrijwel waardeloos maakt Toergénjef zelf zijn oordeel over Tolstoy door elders 2) van hem te verhalen: „Bij Tolstoi openbaarde zich al vroeg de trek, die later ten grondslag lag aan zijne geheele, vrij duistere levensbeschouwing, welke in de eerste plaats hemzelyen heeft gekweld. Hij geloofde nooit aan de oprechtheid der menschen. Elke gemoedsbeweging scheen hem valsch, en hij had de gewoonte iemand met zijn doordringenden blik als 't ware te doorboren, wanneer het hem toescheen, dat die persoon huichelde of onoprecht was". Toergénjef zeide tot E. Garschin, „dat hij nooit in zijn leven iets pijnlijkers gevoeld had dan dien uitvorschenden blik . . . ."

Iemand, die zoo ongenadig zoekt naar oprechtheid om zich heen, is noch moreel noch psychologisch in staat, zich aan te stellen of te poseeren.

In den laatsten tijd is het Hans Freimark geweest, die in zijne studie „ Tolstoj als Charakter. Eine Studie auf Grund seiner Schriften" 1909, "Tolstoys oprechtheid in verdenking tracht te brengen. Hij doet dit o.m. met de woorden (bladz. 11): „Wat de kunstenaar met het scheppen van een' kunstwerk beoogt en in het gunstigste geval ook bereikt, nl. zich los te maken van eene idee, die bezit van hem genomen heeft, dat bereikt de religieuze mensch door de biecht. Dit natuurlijke en vanzelfsprekende middel, om zich van zielelasten te bevrijden, wordt echter eene pose, wanneer de zelfbeschuldigingen de wereld in geschreven worden."

') E. Garschin „Herinneringen aan ï. S. Toerghenjef in de Geschiedkundige Mededeelingen, November 1883. Zie bij Biroekof op bladz. 255. 2) Zie vorige noot en bij Biroekof op bladz. 252.

Sluiten