Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moezjieks. Moreele moed was het, waarmee Tolstoy de zwartste afgronden zijner ziel blootstelde aan de blikken der menigte. Als autobiograaf is hij te dezen de grootste van alle, die ooit geleefd hebben. Moreele moed was het, zoowel om, terwille van zijne vrouw, in het familieleven te blijven deelen, terwijl een halve wereld consequenties van hem verwachtte; alsook om, aan het eind van zijn leven, de smeekbeden en de zelfmoordbedreigingen zijner vrouw te trotseeren en de eenzaamheid van den kloosterling op te zoeken.

Even groot als zijn moreele moed was zijn physieke moed, zooals bleek voor Sebastopol, waar hij vermetel streed op de gevaarlijkste, posten, zoodat de toenmalige Czaar zelf, van Tolstoys ontluikend genie als schrijver kennis dragende uit diens pas verschenen schets van den aanvang van het beleg, hem veiligheidshalve liet overplaatsen naar eene gevechtslinie, waar hij minder gevaar liep. Moed, zoowel physiek als moreel, wa.s het, waarmee Tolstoy aan de vijandschap der „Heilige Synode" en aan den toorn van den Czaar, met het schrikbeeld van Siberië, het hoofd bood. 't Was haast méér dan moed, 't was bijkans overmoed, waarmee Tolstoy, in een land als Rusland, zijne leer der weerloosheid predikte.

Het is eenvoudig belachelijk, een oogenblik ook maar, te meenen, dat Tolstoy het lijdelijk verzet voorstond uit gebrek aan actieviteit, uit slapheid — néén, aanvallenderwijze zelfs ging hij te werk, heel zijn nieuwe leven door; al zijn aanvallen op het militairisme leggen de dapperste getuigenis af van zijn militanten geest. ,

Ja, zoozeer was Tolstoy zich in alles gelijk, dat hij ook tegenover pijn de houding aannam van iemand, die een onaangename bejegening beantwoordt met vriendelijkheid. Zoo heeft Mevr. Alice B. Stockham, doctor in de medicijnen, deze woorden uit Tolstoys mond opgeteekend: „Zoo vaak ik een aanval van pijn krijg, breng ik mijzelf in de positie van „wedersta den booze niet" en ik verwelkom de pijn als een vriend. Ik denk dan dadelijk, dat de pijn goed is, heel goed, dat de pijn een teeken van werkzaamheid is om de verstoorde harmonie te herstellen; hoe meer pijn, des te beter. Men komt zoo in goede verstandhouding met den tegenstander, en overeenkomstig de wet van overeenstemming wijkt de pijn dan spoedig. O zeker, alle pijn is een zegen!" *)

') „Tolstoi. A man of peace bij Alice B. Stockham M. D." Chicago 1902.

Sluiten