Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOLSTOY ALS SCHRIJVER*) EN KUNSTENAAR.

Tolstoy moge zelf in zijne „Biecht" verzekeren: „Destijds begon ik te schrijven uit ijdelheid, eigenbelang en trots" — ik kan het onmogelijk betreuren, dat hij met schrijven begonnen is, en dat niet juist om de letterkundige waarde, die zelfs in zijne voortbrengselen uit de bedoelde Sint Petersburger periode voor den dag treedt, maar bovenal omdat er van die ijdelheid, dat eigenbelang, dien trots niets in zijne novellistische en romantische werken te bespeuren valt, ook niet in de allereerste. Die afwezigheid verklaar ik mij als volgt.

Ware Tolstoy een lyrisch schrijver geweest, bij wien de zelfbemoeienis zuiver subjectief blijft, ongetwijfeld zouden die zelfzuchtige drijfveeren zich in zijne geschriften hebben geopenbaard. Wie episch schrijft, beoogt daarentegen niets meer dan een scherpe en levendige weergave van de objectief waargenomen werkelijkheid. Maar Tolstoy was geen lyricus, zijn talent was zuiver episch. Ook waar hij zichzelven onder handen nam, bleef hij, door zichzelven te objectiveeren en zoo voor het publiek onvindbaar te maken, in de epische lijn. Daarom mag het Tolstoy niet als zelfbeheersching, niet als deugd worden aangerekend, dat zijn zelfbehagen onnaspeurlijk is in zijne pennevruchten. Op dit punt zijn de romans van Tolstoy voor zijne bekeering, die met eerzuchtige bedoeling geschreven zijn, dan ook niet te onderscheiden van de romans van Tolstoy na zijne bekeering, die zonder eerzuchtige bedoeling geschreven zijn, aangezien laatstgenoemde werken in gelijke mate als eerstgenoemde een episch karakter dragen. Wij kunnen niet anders dan Tolstoy op zijn woord gelooven, dat er voor hemzelven verschil bestaat.

Tolstoys eerste werk, getiteld „Kindsheid", verscheen in 1852, toen hij zich in den Kaukasus bevond als jonker bij de

i) Door de zorg van Raphaël Löwenfeld is bij den goedbefaamden uitgever Eugen Diederichs te Leipzig eene „absolut vollstandige" uitgave van Tolstoys werken verschenen. Onder allerlei titels hebben tot dusver allerlei vertalingen van Tolstoys werken het licht gezien, zoodat menigeen in de war moet komen. Aan deze uitgave nu ligt de oorspronkelijke tekst ten grondslag, die door Tolstoy zeiven als zoodanig erkend is. Eugen Diederichs ontving den tekst door Tolstoys vriend en vertegenwoordiger V. Tsjertkof te Christchurch in Engeland. Vergeleken bij de tot dusver verschenen vertalingen zal men een aanzienlijke vermeerdering van den inhoud waarnemen.

Sluiten