Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze eigene beperkte ervaring en aan onze eigene gebrekkige zielkunde de schuld te geven, in plaats van zoo'n figuur onnatuurlijk en dus onbestaanbaar te vinden.

in wëerwil van zijn persoonlijken afkeer van Olénin noemde Toergénjef in zijn tijd „De Kozakken" toch „de beste novelle, die in onze [de Russische] taal verschenen is".

Op bijzonder frissche wijze geeft Tolstoy het natuurleven en het natuurvolk van den Kaukasus weer; maat hij doet tevens gevoelen, dat heel die natuurlijkheid den mensch des geestes niet afbrengt van de hoogere levensvraagstukken, die hem kwellen, en ze hem nog minder oplost, al heeft hij zulks verwacht. Die oplossing kan hij niet meer vinden in de aantrekkelijke laagte, welke hij voorgoed beneden zich heeft.

Heeft Tolstoy in „De Kozakken" het probleem der beschaving dichterlijk aangepakt, de drie andere problemen, die hem voortdurend bezighouden, zijn de dood, het huwelijk en het volk. Ook deze zijn door hem in romantischen vorm verwerkt. Zoo de dood in „Drie dooden" (1859), het huwelijk in „Huwelijksgeluk" (1859) en het volk in „Polikoesjka" alsmede in de allegorische „Geschiedenis van een paard", genaamd „Kholstomer" (1863). Realistisch zijn de uiteenzettingen, zonder nog reformatorisch te zijn. Toch gevoelde ik onder Tolstoys teekening van het sterven, waarvan hij de kunst verstaat zooals geen tweede mij bekend is, voor de éérste maal, dat mijne begrippen over sterven eene reformatie behoefden. De tallooze malen, dat hij zelf tusschen dood en leven gezweefd heeft; de vele strijdmakkers, die hij heeft zien sneven; doch 't meest wellicht daarna nog het langzame uitieven van zijn innig geliefden broeder Nicolaas (gest. 1860) — alles werkte samen öm hem telkens weer in het raadsel van het sterven, psychisch en literarisch, te doen verzinken. Vermeldenswaard is hier, dat Tolstoy ook veel hechtte aan begrafenissen.

In zijne vertelling „Luzern", de vrucht van eene ervaring, opgedaan tijdens zijn eerste buitenlandsche reis (anno 1857), komt Tolstoy openlijk op tegen de hartelooze wanbeschaving van Westelijk Europa. Als een lyrisch unicum staat voor mij de vertelling „Luzern" temidden van de grootere en kleinere epen van Tolstoys hand. Zij trilt van verontwaardiging en is een profetisch voorspel van het vermogen, hetwelk Tolstoy eenmaal zal openbaren, wanneer hij niet meer beschrijvend erwijze zal voorstellen, maar aanvallenderwijze zal blootleggen de onwaarachtigheid en de ellendigheid, die hem aan alle zijden

Sluiten