Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat die vraag tot titel heeft, toch niet particulier-Tolstoyaansch, maar algemeen-Russisch. Wat Tolstoy van de literaire kunst eischt, is reeds vóór hem geeischt door zijn landgenoot Belinsky, die ook eenmaal zijne gaven had gewijd aan „De tijdgenoot". Met dit groote verschil echter, dat, waar Belinsky niet verder ging dan dat hij van de kunst verlangde, zich te wijden aan 's menschen zedelijk en maatschappelijk welzijn, Tolstoy daaraan een religieuze uitbreiding geeft, ja de kunst allereerst rekening wil zien houden met 's menschen godsdienstig leven m algemeenen zin.

Bij Tolstoy is kunst niet gebaseerd op schoonheid. Voor hem is kunst het middel, waarmee men op doeltreffende wijze eigen gevoelens overbrengt op anderen. Alle kunst, die in plaats van door deze overdracht den eenen mensch nader te brengen tot den anderen mensch, scheiding maakt tusschen menschen en ze van elkander vervreemdt, is slecht. Kunst, die nationalistisch of sectarisch is, brengt verwijdering en is bijgevolg slecht. Kunst, die algemeen-religieuze begrippen of algemeenmenschelijke gevoelens vertolkt, werkt verzoenend en is bijgevolg goed. '

Eerst — 't zijn mijn eigen woorden — eerst door de wereld rondom ons lief te hebben, wezen voor wezen, ja ding voor ding, leeren we recht en zuiver kennen, beter dan door onze zintuigen. Zoo voert liefde over kennis heen tot kunst, zoo voert kunst over kennis heen tot liefde.

Julius Hart zegt het heel mooi: „De groote drieeenheid van God, Leven en Kunst staat in Tolstoy zeiven tastbaar voor ons". „God is de eenige held in de kunstbeschouwing van Tolstoy".

Nu verlieze men nimmer uit het oog, dat het Russische volk in waarheid geen andere zedelijke en geestelijke leidslieden heeft dan zijne schrijvers. En ieder waarachtig Russisch schrijver is zich van zijn groote aansprakelijkheid voor Ruslands verheffing ten volle bewust.

In Rusland is het leven nog in doodelijken ernst. Daar kan de kunst dus ook niet anders wezen dan in doodelijken ernst. Het leven is daar zwoegen; en als ik Tolstoy nu aan zijn eigen uitgangspunt wilde houden (waar hij wil, dat alle kunst van God uit zij), dan zou ik, terugredeneerende, moeten aannemen, dat God de Alzwoeger is !

Neen, neen! eenmaal zullen we den kosmos zien als één

Sluiten