Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOLSTOY ALS PAEDAGOOG EN SOCIOLOOG.

Tolstoy heeft hart gekregen voor de volksklasse, toen hij zijn schrijversloopbaan reeds begonnen was en zijn militaire carrière nog niet had afgebroken.

Na het woeste stadsleven in onnatuurlijkheid, zooals het in Moskou geleefd was, had als reactie het woeste landleven in oernatuurlijkheid, zooals het in den Kaukasus geleefd werd, zijn aantrekkingskracht op Tolstoy uitgeoefend. Daar tusschen in lag het leven van de eigen Russische boerenbevolking in haren /««^woesten natuurstaat. Voor haar begon Tolstoy dan ook, toen het zuivere midden in de slingering bereikt scheen, liefde op te vatten — maar niet een romantische liefde als voor de wilde Tsjerkessen en Kozakken, neen, eene liefde, waaraan het gevoel van samenhoorigheid en zoo ook van zedelijke verantwoordelijkheid, niet geheel en al vreemd meer was. „De ochtend van den landheer" is daar de eerste openbaring van. In zijn latere „Luzem" gaat Tolstoy met zijne sympathie voor de berooiden ook buiten de moezjiekklasse van zijn eigen volk tot overal, waar een deel der menschheid een ander deel der menschheid onmenschelijk behandelen durft.

Eenvoud en natuurlijkheid had Tolstoy lief gekregen. De eenvoudigen en natuurlijken onder ons, menschen, vindt men doorgaans onder de misdeelden. Zoo viel het Tolstoy gemakkelijk, om de eenvoudigen en natuurlijken óók als misdeelden te zien; wat hem noopte voor hunne maatschappelijke rechten op te komen.

Blijkt Tolstoy uit zijn „Luzem" enkel poëtisch-humanitair te wezen in zijne genegenheid voor de volksklasse en nog niet wetenschappelijk-oeconomisch, tot exacte bestudeering van de stoffelijke zijde van het volksleven werd hij genoodzaakt, zoodra hij als opwonend grondeigenaar zijn vervallen landgoed tot nieuwe welvaart wilde brengen en daarvoor — terecht of ten onrechte? dat werd de groote vraag straks — de hulp zijner „ondergeschikten" behoefde.

Onmiddellijk begreep Tolstoy — gelijkerwijs nagenoeg alle Russische idealisten —, dat aan de oeconomische opheffing van het volk de paedagogische diende vooraf te gaan. Trouwens met Rousseau had Tolstoy reeds in zijn jongenstijd gedweept en al diens werken verslonden. Toen hij dan in 1860 zijn tweede buitenlandsche reis maakte, bezocht hij, met name in Duitschland, tal van scholen en inrichtingen voor volksop-

Sluiten