Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeding. Te Kissingen in Beïjeren maakte hij kennis met den bekenden Friedrich Fröbel, den schepper der „Kindertuinen". Al plaatste Tolstoy zich vierkant tegenover het stelselmatige m Fröbels methode, hij oogstte toch diens bewondering in voor zijn scherpen blik en voor zijn stoute opvattingen, die geheel •nieuw waren voor den volgeling van Pestalozzi.

Over de onderwijzers in zijn vaderland, die een uniform dragen (op zich zelf reeds iets hatelijks in zijne oogen) en volgens hem de kinderen beschouwen als tuig dat „getemd moet worden, is Tolstoy altijd zeer slecht te spreken geweest. Natuurlijk waren zij het evenzeer over hem, die in vrijwel- alles hun tegenvoeter kon heeten. I

De school van Jasnaja Poljana heeft ook m de Westersche landen i) tal van beoordeelingen en veelal veroordeelmgen uitgelokt. Geen wonder! Zelfs nog niet van „vrije orde" was daar sprake. Eigenlijk enkel van „vrijheid"'. Ontstond er in of uit die vrijheid orde, dan moest zij toch in en uit de kinderen zelve opkomen. Van den onderwijzer mocht de orde niet uitgaan. Het behoorde een gevolg te wezen van de behoefte der kinderen zelve, als zij voor en onder elkander orde schiepen ten behoeve van het bepaalde onderricht, waarvoor zij zich ontvankelijk stelden.

Vinnig gaat Tolstoy te keer tegen den ballast, die den kinderen op school gemeenlijk wordt opgedrongen. Ontzettend veel waars is er in deze critiek van Tolstoy op de onderwijsstof Alleen wat de onderwnW^dfc2) betreft, is het, meen ik, Izéér de vraag, of het kind liever (ik zeg nog met eens: beter) gehoorzaamt aan de tucht, welke zijne evenoudere schoolmakkers op hem uitoefenen dan aan de onmerkbare leiding van een volwassene, tot wien het uit zich zelf door ervaring heeft leeren opzien. .. ,

O zeker, er is bang ontzag, het ontzag dat wij hebben voor den bulderenden donderslag; maar er is óók blij ontzag, het ontzag dat wij koesteren voor de stilstralende zon. Blij ontzag wordt nooit als beleediging of als geweldpleging gevoeld. En nu is het wel eigenaardig, dat kinderen nooit blij ontzag hebben voor hun gelijken in lèeftijd en in ontwikkeling, maar

.) Te onzent schreef daarover L. C. F. Bigot in het Vaktijdschrift voor onderwijs", afl. 5 jaarg. van 1899, onder den titel „Tolstoy's paedagogische

^^mdfen^ethodeloosheid ook zelve nog eene methode mag worden genoemd.

Sluiten