Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zelfs gaarne koesteren voor degenen die veel grooter en veel ouder zijn dan zij. Ik houd het stellig voor een zielkundige fout in Tolstoys paedagogiek, dat hij daarmee geen rekening heeft gehouden. Waarlijk, ik zie dan ook niet in, waarom het een onderwijzer niet vergund zoude zijn, om van het blij ontzag zijner schooljeugd, bij passende gelegenheid, een min of meer monarchisch, tegelijk toch heilzaam gebruik te maken.

Na drie jaren persoonlijk aan het schoolonderricht te hebben deelgenomen, waarbij hij zich eenvoudig door het instinct zijner leerlingen liet leiden, is Tolstoy met één woord verrukt over het Oude Testament als leerstof. In een Verslag over de maanden November en December van het jaar 1861 (opgenomen in zijn paedagogisch tijdschrift „Jasnaja Poljana, De School", waarvan de 1ste afl. met Januari 1862 verscheen) schrijft Tolstoy: „Ik probeerde het Nieuwe Testament, ik probeerde de geschiedenis van Rusland en de aardrijkskunde, ik probeerde de in mijn tijd zoo geliefde verklaringen van natuurverschijnselen — alles werd vergeten en met tegenzin aangehoord, alleen het Oude Testament werd onthouden en hartstochtelijk, in vervoering oververteld, zoowel thuis als op school''.

Wonderlijk! mijne waardeering van het O. T. is aan die van Tolstoy tegenovergesteld. Uitwendig genomen, heb ik zelden beter gecatechiseerd dan toen ik met mijne schoolcatechisanten voor de eerste en de laatste maal de sage van Simson behandelde. De aandacht der kinderen, vooral der jongens, was tot het uiterste gespannen. Ver, ver over den tijd mocht ik doorgaan. Geestelijk beschouwd, heb ik echter nooit slechter gecatechiseerd dan dien keer. Toen ik, thuis gekomen, over die catechisatie nadacht, begreep ik dat en zeide met beslistheid tot mij zelf: „Zoo niet weer!" 't Waren de lagere instincten in mij en in mijne kinderen, de ons tot brute vereering van het domme spiergeweld drijvende instincten, die mijne catechisatie over Simson zoo bijzonder boeiend hadden gemaakt. Ik schaam mij nog over dat uur van godsdienstonderwijs. En dan bij Tolstoy in gunstigen zin over diezelfde leerstof te moeten lezen: „Wie zou niet met- een kloppend hart de geschiedenis verteld hebben van den gebonden en geschoren Simson, die op- zijne vijanden wraak neemt, terwijl hij zelf met hen omkomt onder het puin van het instortende paleis [tempel]?"

Vreemd, dat de groote man der geweldeloosheid niet gebeefd heeft over zijn succes met de Oud-Testamentische geweldenarijen !

Sluiten