Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

familie*)' gekomen was als belooning voor moord. Tolstoy miste echter het recht, om een ander bezittelijk voornaamwoord te bezigen of het bezittelijk voornaamwoord geheel weg te laten.

Door bovenstaande toelichting is het volkomen begrijpelijk geworden, waarom Tolstoy al heel spoedig met het grootsche plan rondliep om al zijne goederen weg te schenken, aangezien hem dit de eenige wijze toescheen, op welke hij eene voorvaderlijke schuld van zijne ziel kon wentelen. Zijne vrouw alleen was het, die hem van de volvoering van dat plan afhield. Voor hét vervolg belastte zij zich met het beheer over haars mans geheele vermogen.

Voor den Amerikaanschen socioloog Henry George en diens denkbeeld, om het land tot algemeen eig£ndom te maken, heeft Tolstoy ook véél gevoeld. Hij was echter niet gerust over de verwerkelijking van die idee. Naar zijne meening zou met de beweging voor landnationalisatie het land waarschijnlijk niet in handen komen van de natie, maar van de Regeering, welke laatste daardoor nog meer in haar heerschzucht en heerschappij zou worden versterkt. Om vermeld gevaar te vermijden, achtte Tolstoy het beter, den grond overal te brengen aan de gemeente.

Wie het agrarisch vraagstuk wil oplossen voor Rusland, moet het eerst met Russische oogen bekijken. Voor Rusland is geen andere oplossing mogelijk dan overeenkomstig den Russischen volksaard, en dat is overeenkomstig de idee „de grond voor den bewerker".

Jegens communistische kolonies op Christelijken grondslag (met verlof gezegd) was Tolstoy welwillend gestemd. Ik herinner mij een brief2) van hem aan den redacteur van „Social Gospel", in verband met de kolonie „Commonwealth" in Georgia (U. S. A.). Hij juicht daarin het vormen van kolonies van ganscher harte toe, doch acht het geen oplossing van het Christelijk probleem, enkel een der middelen tot de oplossing ervan. „Wij kunnen" — schrijft hij — „niet afzonderlijk gered worden, wij moeten gezamenlijk gered worden. Dit kan slechts hierdoor

x) Bedoeld is Tolstoys betoudovergrootvader Peter Andrejewitsj (gest. 1729), die op arglistige wijze den czarewitsj Alexius, oudsten zoon van Peter den Groote, hielp vermoorden en daarvoor eenige landgoederen ten geschenke kreeg. Deze Peter Andrejewitsj was de eerste graaf Tolstoy.

2) Vertaald overgenomen in het blad „Vrede" van 15 Mei 1898 onder den titel „Tolstoys oordeel over Christelijke kolonies".

Sluiten