Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het agrarisch vraagstuk werd door die constitutie niet opgelost. „Geeft de constitutie aan het volk den aardbodem" — zoo was Tolstoys gedachten gang — „dan zal zij het land tot nieuw,leven brengen. Doet zij dat niet, dan is het beter, dat zij er heelemaal niet is. Dat gemis van allen ernst in een zoo hoogst gewichtige aangelegenheid, dat spelen er mee is ergerlijk en misdadig".

De tijd heeft bewezen, dat Tolstoy in zijn oordeel over de constitutie van 1907 gelijk had — want wat is er van terecht gekomen?

Thans rest mij nog, hier iets te vermelden van Tolstoys verhouding tot twee sociale resp. anti-sociale bewegingen, die mijns inziens samenhangen als actie en reactie. Bedoeld zijn het antisemietisme en het Zionisme. Er zou, mijns erachtens, geen Zionisme zijn gekomen, wanneer er geen antisemietismé was ontstaan. Het Zionisme is der Joden antwoord op het antisemietisme. En — genomen voor wat het is — een waardig antwoord tevens.

Over het antisemietisme heeft Tolstoy al de fiolen van zijn olympischen toorn uitgegoten ')• Het herinnert hem aan den geraffineerden tijd der Romeinsche Keizers, toen geen Jood veilig was, eenvoudig omdat hij een Jood was. Hij ziet er een verschijnsel van perversiteit in, zelfs van sexueele perversiteit: wellust zich uitend in wreedheid en dan weer die wreedheid zelve zich parend aan wellust. De Poolsche schilder Stanislaus von Fabijanski uit Krakau heeft een groot schilderij gemaakt, dat voorstelt den pogrom van 1905 in Kiejef. Wie het verschrikkelijk genoegen heeft gehad, dat schilderij te bezichtigen — waartoe ik in 1910 te München de gelegenheid had — vindt daarin Tolstoys oordeel over het antisemietisme sprekend geïllustreerd.

Het antisemietisme, zegt Tolstoy, komt uitsluitend van de bovenste lagen der Russische samenleving, bij wijze van „neersijpelende gier", maar is aan het volkskarakter vreemd, vreemd zooals elke perversiteit2).

Was het in Tolstoy de mensch en de Christen, die het

1) Men leze maar eens „Tolstoj über den Antisemitismus" in „Gesprache mit Tolstoj" van J. Teneromo. .

2) Aanhaling uit het geschriftje „Graaf Leo Tolstoï. Over de Joden Het antisemietisme. Het Jodenvraagstuk. Het Zionisme." (Groningen, 1909).

Sluiten