Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tolstoys antwoord legt wederom getuigenis af van zijn niets ontziende oprechtheid. Eerstens dienen wij te breken met eene samenleving, die één en al leugen is. Vervolgens zullen wij boete moeten doen en eerlijk erkennen, dat niemand in het leven voorrechten bezit of bezitten kan. Wat ons ten derde, in den meest practischen zin, te doen staat, is dat wij met onze eigene handen onze levenstaak behooren aan te-vatten, zelf behooren te zorgen voor onze voeding, voor onze kleeding, voor onze verwarming en wat dies meer zij.

Gedaan, en dat aan weldoen, had Tolstoy anders juist zeer .veel, korten tijd vóórdat opgemeld boek ontstond. Maar voldoening had hij er niet van beleefd. Gedurende zijn verblijf m Moskou, ongeveer in 1882, had hij zijn philanthropisch werk deerlijk zien mislukken. Als een engel uit den hemel was toen Soetajef gekomen tot den diep ontmoedigde en had hem gesproken van een ander doen, van een doen dat vollen vrede schonk, mits men daarvoor eigen persoonlijkheid volkomen weggaf. In de Bergrede kon Tolstoy de lijnen van Soetajefs levensrichting weervinden.

Tolstoy verwerkt deze ontdekking nu in nog een tweede werk, dat in Rusland alleen in handschrift bestaat. In de Ned vertaling van 1887, den titel „Mijn geloof" dragende, vinden we aan het slot Tolstoys onderteekening met de dagteekening 22 Jan. 1884. Op de eerste bladzij lezen we: „Toen ik vijf jaar geleden geloovig werd en de leer van Jezus aannam, kwam er dadelijk een omkeer in mijn leven". Het moet dus m 1878 zijn geweest, dat bedoelde omkeer in Tolstoys leven plaats greep. Op grond daarvan moeten we aannemen, dat Soetajef enkel maar het einde verhaastte van de crisis, waarin Tolstoy zich bereids vond.

In dit v tweede werk openbaart Tolstoys Christendom van het doen zich ten volle als een Christendom naar de Bergrede. Leer en leven van Jezus ziet hij als uitvloeisel en toepassing van de woorden:

„ Wedersta den booze niet . . .". Om die les draait voor hem de ge'heele praktijk des Christendoms.

Tolstoys opvatting staat niet toe de vertaling: Wedersta het booze niet. Allerminst, wanneer men daaruit zou willen opmaken: laat het booze vrij tieren. Nog wel, indien men ze aanvult, ze duidelijker doet uitkomen en(zegt: wedersta het booze niet met boosheid. In Matth. V blijkt échter uit het zins-

Sluiten