Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruikt, overtroeft B., die ze wel gebruikt. Maar C, die verder gaat dan A. ea ook geen melk drinkt, overtroeft A. weer, terwijl D., die van louter rauwkost leeft, het spel gewonnen heeft. Een rustig vegetariër zal zich bedroeven over zulke vegetarische kaartspelers.

Aan ascetische sport mogen wij bij Tolstoy nooit denken, al heeft hij ook zijn levensonderhoud beperkt tot het allernoodzakelijkste. Helaas! was zijne ascese niet zonder rigorisme.

Zonder nog andere gronden daarvoor aan te voeren, zou men enkel en alleen reeds uit Tolstoys rigorisme mogen opmaken, dat hij wel een „bekeerde'', doch geen „wedergeborene" was, aangezien toch rigorisme steeds een sterk sprekende trek is bij bekeering-zonder-wedergeboorte.

Zoo kon Tolstoy worden en wezen de Johannes de Dooper van onzen tijd — ofschoon de minste in het Koninkrijk der hemelen, in de kinderlijke blijdschap zijner wedergeboorte en in zijn onbevangen vrijheid om alle dingen „te raken, te smaken en aan te roeren"1), Tolstoys meerdere is.

Tolstoys rigorisme komt wel het sterkst uit in zijn oordeel over het geslachtelijk verkeer. Dat hij opkwam tegen prostitutie, overspel, tuchteloosheid in het huwelijk zelf, tegen het verlagen van de vrouw (ook van eigen vrouw) tot genotmiddel — alles uitnemend. Indien Tolstoy zich bepaald hadde tot een machtig pleidooi voor geslachtelijke zelfbeheersching — o, geen verwijt kon hem treffen. Niets dan dank zou hij verdienen. Ik vind het echter niet anders dan rigorisme, dat hij zich als volgt heeft durven uitlaten over het huwelijk en den echtelijken omgang. (Mijne aanhalingen ontleen ik aan Tolstoys „Naschrift" bij zijne „Kreutzersonate" alsmede aan een gesprek over het huwelijk en het huisgezin, door hem gevoerd met Aylmer Maude, en te vinden in het werk „De gelijkenissen van

!) Coloss. II: 20-23. „Indien gij met Christus de beginselen der wereld (de kosmische principen, waarnaar of waardoor de stoffelijke wereltfgeschapen is) zijt afgestorven, wat laat gij u dan, alsof gij nog in de (stoffelijke) wereld leefdet, inzettingen opleggen van „raak niet, smaak niet, roer niet aan" omtrent dingen die altegaar bestemd zijn om te niet te gaan door ze op te gebruiken zooals dat onder menschen gelast en geleerd wordt — welke inzettingen wel wijsheid heeten in hun zelfbedachte vroomheid, verdeemoediging en afbeuling des lühaams.doch zonder eenige eerbiediging van de behoeften des vleesches zijn" (eigen vertaling) Vergelijk met den zin dier verzen nog wat we in vs. 16 van hetzelfde hoofdstuk lezen: „Dat niemand V dan oordeele in zake van séijs en in zake van drank". .- ^

Sluiten