Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ivoren torens — ik zoek na den Brand niét meer naar origineele beelden — waarvan de zilveren vanen wapperen? Vergaten wij dan, dat Satan niet meer is de Lucifer van Milton of Vondel of het donker gedoken Monster van Dante; vergaten wij dan, dat Satan is, in onze dagen, de imperiale Heerschzucht ? ? Meer dan zijn gloed is op onze wereld niet zichtbaar, want Satan blijft silhouetloos, maar deze gloed blaakt al meer dan een eeuw over Europa. De Napoleontische epopee ontrolde zich in dien gloed. Sedert hebben de Heerschzuchtigen niet meer een heros-gedaante vertoond; sedert hebben zij, moderner, hun uiterlijk gelijk gemaakt aan dat der massa. De kleine Korporaal was steeds even met een krabbel geteekend; de Heerschzuchtigen van onze eeuw zijn niet zoo licht kenbaar te maken meer. Zij dragen een gouden uniform, of een zwarte rok, of een gekleede-jas; zij starrelen van ridderorde... Maar wie kan ze even met een crayon neêr gooien op het papier? Zij warrelen voor ons hunne dichte schaar, de Heerschzuchtigen, de dienaren van onzichtbaren Duivel Heerschzucht.

Wat geeft het of wij, dwaze dichters, niet dezen Duivel dienen ? Of wij slechts tevreden zijn met wolken van verbeelding, torens van illuzie en ijle fantasmagorieën, waarover wij de blanke vanen eener denkbeeldige zege ontplooien? Dalen wij liever neêr van onze hoogmoedige, onzekere en broze hoogten en mengen wij onze menschelijkheid met hunne menschelijkheid: het zoü te hoogvaardig zijn te denken, dat wij geen Beest koesterden in onze droomende zieleq.

Wij koesteren het Beest; wij zijn zelve ook nog beesten. Misschien zelfs geraffineerdere dan die anderen, maar in alle gevalle met teerdere zenuwen. Kom, laat ons, hoe het oofzij, verbroederen met die allen...

Sluiten