Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Lieb Vaterland, magst ruhig sein!" Ik loop, nutteloos, toe te schouwen en te flaneeren over straat Hoe dikwijls heeft mij deze dagen niet reeds gedreund in de ooren de naïve zang! Zij zijn zoo naïef, die Duitschers. Zingende hunne naïve zangen, vereenigen zij zich, hooghartig, rondom hun Ideaal, hun hooghartig Ideaal. „Deutschland über Alles!" Zij zijn zoo gemoedelijk trotsch op hun „Kultur". Hoe zij het altijd hebben over hun „Kultur". Maar niemand zegt immers dat ze geen „K u 11 u r" hebben!

Wie waardeert niet hunne filozone, hunne muziek, Göthe, Kant Wagner — hunne orde: hunne „Kultur!"! Maar zij zijn altijd bang, dat hun „Kultur" niet gewaardeerd wordt. Een Nutteloos Toeschouwer, als ik, moet wel eens om hen glimlachen. En nu zingen zij om rond de Vaderlandsche liederen! Wat klinkt dat vol emotie. Voor Oostenrijksche „Botschaft", voor Wittelsbacher-palais en Residenz klaterden de liederen en hymnen uit duizehde kelen, en. vól enthouziasme... „Ich hart' ein Waffenbruder" ...: dat heb ik ook nog gezongen, als kleine jongen, op de lagere school te Batavia. „Ik had een wapenbroeder"... En zij, om mij rond, zij zingen het met overtuiging en aandoening, in deze ernstigste der dagen. O, koude Toeschouwer, die ik ben! Waarom zing ik niet met hen mee! Kan ik dan niet mêt hen meê zingen? Kan ik dan alleen maar toè schouwen? De atmosfeer van hun land is om mij. Hebben zij den Brand gewild of zijn zij gedwongen geworden den fakkel te werpen? Ik weet het niet, maar hoe het ook zij, zij g e 1 o o v e n allen, dat hunne zaak recht is. Zij zingen, overtuigd van hun recht Zij zijn vast aan een gesloten. Zij zijn de eenzame Germaansche Eenheid. Zij worden bedrongen, bedreigd. Zij zullen strijden tot het Einde. En zij

*) De lezer vergete niet, dat deze schetsen geschreven werden in de eerste maand van den Oorlog.

Sluiten