Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zingen, zij zingen hunne ziel uit. De Koning, de Koningin, de vijf Prinsessen zijn verschenen op het balkon. Naar hen gaat die zang toe. De aandoening doortrilt de Duitsche atmosfeer en tot zelfs mijn toeschouwers ziel...

*

Maar...

Zij ware ook ontroerd geworden door een Vaderlandsche manifestatie op de Place de la Concorde of in Trafalgar-Square. Voor den Nutteloozen Toeschouwer is dit alles niet meer dan een kwestie van licht aangedane zenuwen. Eenmaal gedaald van zijn starrehoogte, is hij gauw geëmouveerd...

Maar toch waardeert hij ook steeds de Schoonheid, en het was Schoonheid dit zingende volk te aanschouwen en aan te hooren ...

*

Toen heb ik, trots emotie en waardeering, mij voor het eerst zeer eenzaam gevoeld in het „buitenland". Toen heb ik gevoeld in mijn even wat koud aanvoelende hart een verlangen naar Holland en naar veel „vaderlandsliefde" in mij. Toen heb ik gevoeld het verlangen enthouziast in Den Haag mede op te loopen naar het Paleis op het Noordeinde en daarvoor, tusschen een zingende menigte, mede te zingen ónze „Vaderiandsche liederen": „Wien Neêrlands Bloed", en „Wilhelmus".. r Toen heb ik mij heel klein, heel verlaten, heel eenzaam gevoeld en „ontworteld" en in den vreemde neêr gekwakt. Het was een gevoel, dat ik nóóit elders of anders gevoeld heb. Trots van ivoren-torenbeklimmer was niet meer in mij. Ik voelde mij o zoo klein en nietig en nutteloos, o zoo verlaten. Ik was steeds de dwaler, de wandelaar, de schoonheidszoeker en de

Sluiten