Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grenzen bestonden niet. Eén zelfde hemel — bij u misschien grauwer, bij mij meestal blauwer — welfde over ons heen. De wereld was mijn vaderland. Nu voelde ik, dat Duitschland niet mijn vaderland was. Nu was er een hunkerend verlangen in mij naar waarachtig „vaderland" ...

* * *

Met hunne lichte oogen ten hemel stuwde de massa der duizenden de stad door. Zij zongen hunne ziel uit naar de in heldere zomerlucht ontluikende sterren toe, die zelfde sterren, waartusschen ik, hoogmoedig, mij verbeeld had neêr te schouwen over het klein verachtelijke gewriemel der verdwaasde volkeren, der nooit tot Oppermenschelijkheid wassende Menschheid...

En toen ben ik, langs de huizen, heel stil, heel klein, heel weemoedig, heel eenzaam, met een groot gemis aan mijn hart, terug naar huis geslopen.

III.

München, 6 Aug.

Nu zijn wij tusschen de Duitschers. Wij 'waren wel meer tusschen de Duitschers, ook al beminden wij ze nooit met hartstocht Duitschland en de Duitschers hebben veel, dat te waardeeren is. Voor wie den winter in het Noorden niet verdragen kan, biedt de zomer in het Noorden veel weldadigs aan. München is een heerlijke, Duitsche zomerstad. De Beieren zijn geen Pruisen, en dan nog, alle Pruisen zijn geen „Prussiens". Ik waardeerde altijd zeer mijn zomer te München, tusschen de Duitschers. Zij hebben er de Alte Pinakotheek, zij hebben er het Prinz-Regenten-tbeater, zij hebben er het Künstler-theater en zij hebben er tevens

Sluiten