Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar het Oosterstation, vele detachementen maar kleine, opdat hun aantal niet door den voorbijganger te tellen is. Zakdoeken wuiven, ontroering, tranen, hoch en hoera!! De blonde bierkarrepaarden, de rustige stappers, met gevlochten manen en geonduleerde staarten, worden reeds in troepen ter kazernestallen geleid. Op de meeste automobielen is beslag gelegd. De theaters sluiten; des avonds, in het verminderde electrische licht, is het plein, waar wij wonen, eene eenzame somberheid, overstraald door een zwoelen stortregen, over het asfalt geveegd door een sombere, sinistere wind. De dingen der natuur doen dikwijls meê met de dingen der menschen. Zij zijn in elkaar vervlochten. Als beiden somber zijn, zijn zij in harmonie en doen óm die harmonie drukkend weemoedig aan. Als zij niet in harmonie zijn, stemt hunne disharmonie tot weemoed ook, maar die weemoed is niet anders dan om beider krijschende schrijning. Hoe dikwijls schrijnt dezer dagen niet de blauwe, witwolkige zomerlucht... Maar de sombere avonden verzachten tot harmonie met de sombere dingen der menschen. De paleizen der Beiersche prinsen — Ruprecht, den kroonprins, Ferdinand-Ludwig en Alfons, in onze onmiddellijke nabijheid — somberen in de nacht, gesloten. Aan het open raam luisteren wij uit naar den regen, en die regen roept altijd voor ons op de nachtelijke slachtvelden, waar de lijken, misschien wel de stervenden nog, zullen liggen in den striemenden regen ... Een ver geroepen: hoch!, een brok vaderlandsche zang, een vaag gerucht, uitroep van laten courantenventer klinkt reëel door het vizioen. Dan wordt het stil, doodstil, onnatuurlijk stil, of de Historie zelve is neêr gezegen in rust; alleen ruischt de tragische regen de nacht door, vól geheime dingen, die gebeuren, of zijn gebeurd, of gaan gebeuren, en die wij niet weten...

Dan plotseling, in die nacht, dreunt het aan ... Het zware gedreun doet mij op schrikken uit mijn lichten

Sluiten