Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slaap, waar om heen steeds een vizionaire somberheid zich strekt van reusachtige, verlatene slagvelden... Grauwe, immense hallucinaties; grijze nachtvlakten, heuvelende in den regen met lage, drijvende wolken er boven en telkens, vreemd aangelicht, een lijk, enkele lijken, een stapel lijken ... roerlooze, grauwe uniformen en niet onderscheidbaar van welk land en leger. Maar de dreun is geen hallucinatie, de dreun is een werkelijkheid in de nacht... Daar gaan zij, op hun machtigen dreun, in werkelijkheid mijn hallucinatie te moet. Daar gaan zij, langs de Briennerstrasze, te zien uit mijn ramen... Hunne zware laarzen dreunen, de stad weêrdreunt van hunne zware laarzen; daar gaan zij met hun noodlotspas. .. En de dreunende stemmen zingen... Zij zingen bassig een zeer vroom lied, dat ik niet ken, een hymne, telkens af gebroken, en die hopeloos ontroerend op stijgt in de wolk-overdekte nacht... Daar gaan zij en rondom hun gang zwijgt de slapende stad en striemt de tragische regen. ..

Na die nacht verzwijmt het gedruisch niet meer. Nu hooren wij het ook 's morgens, 's middags, altijd. Overdag en des nachts beiden ... Het is als of de duizende, zware laarzen een echo na laten, die niet meer weet weg te sterven ... Of ik wakker ben of slaap, hoor ik den machtigen dreun daar druischen, de stad door, het huis door, mijn eigene zenuwen door... Een regenachtige, tragische ruisching, die soms van verre, van héél verre aan trilt... Dan, plotseling, een roffelslag en de dreuning nadert, machtig, over de straat over het plein.. . Daar gaan zij weêr, dood of zege te moet... En de zware, zware dreuning verdreunt verder, maar verdreunt nooit heelemaal en de echo vermengt zich samen met de vertrillingen van de énkele auto en de weinige trammen, die de stad nog door kruisen. Het is als een Aeolus-harp, die niet meer zwijgt...

Sluiten