Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met mijn «zaken*. Op het Politiebureau, bij den Consul, bij de Bank ...

10 Augustus.

Des avonds loop ik uren lang door de drukke straten, vooral de Kaufingerstrasze. De troepen dreunen voorbij, met transportwagens, véle wagens vól groote, donkere brooden gestapeld. Het publiek schaart zich en wuift met hoeden en zakdoeken en roept: hoch! Het is een machtige aandoening ... De soldaten roepen en juichen en zwaaien terug. Hoe verschillend is dat bij ieder! Hier roepen zij jong onstuimig, geheel oprecht, bijna vroolijk, als of zij met hun V e r e i n maar een bergtocht ondernemen. Daar juichen zij overspannen, met koortsige oogen, zich opwindend, denkende aan vrouw en kinderen, die zij thuis hebben gelaten of die den moed hebben gehad de uittrekkenden tot het station te volgen. Ginds juicht een enkele niet meê; zijn mond trekt ernstig, zijne oogen staren rustig voor zich; hij gelooft niet aan wederkomst; hij voelt, hij weèt dat hij sneuvelen zal... Een heel enkele roept bitter:

— Geef ons liever wat „drinkgeld", dan zoo hoera te gillen: dan kunnen we ons ten minste bezuipen!!

De paarden der transportwagens zijn met eikenlof versierd, als voor een vroolijken Ausflug... De geweren zelfs zijn omlooverd...

Plotseling wordt een nieuw telegram aangeplakt... Een Engelsche kruiser, de Amfion, aan den Theemsmond is op een mijn gestooten en gezonken, maar ook de Duitsche „Königin Luise", geen oorlogschip, maar een „Baderdampfer", is vernietigd... Men verdringt zich voor het telegram. „Voorlezen, voorlezen!" riepen de achtersten. Een der voorsten begint aarzelend te lezen. „Harder, harder!" roepen de allerachterste stemmen. Een stentorstem neemt de rol van voorlezer over. Er wordt hoch! en hoera! geroepen: toch

Sluiten