Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oudste zoon van prins Ruprecht, is, terwijl zijn vader de Beiersche troepen naar hun zege leidde, gestorven in Berchtesgaden. Hij is drie dagen ziek geweesteen keelontsteking.

Ik heb hem wel eens gezien met zijn broertje; twee fijne prinsjes uit dat huis van Wittelsbach. Zijne moeder, de prinses Ruprecht, wa.s' een dochter van den vorstelijken oogarts: Karl Theodoor en een zuster van de nu zoo ongelukkige koningin van België. Men zegt, dat hare dood er eene tragische was: zelfmoord. Zij was zeer mooi, elegant, destijds de gratie van het hof te München. Zij erfde wellicht de decadentie der Wittelsbachers ... of er was een andere reden voor haar dood. Neef en nicht uit éen zelfde vorstenhuis, erfde hij, de ruwe soldaat nu, misschien de primitieve kwaliteiten, vloeide haar misschien in het bloed de latere-eeuwsche verfijning tot zielsziekte toe, die ook het deel was van den beroemden neuropaath Ludwig H. De prinsjes waren als twee portretten van Van Dyck, wanneer ik ze zag : Luitpold, slank, lang, teedere spruit van een zich uitlevend ras, héél fijn van broze voornaamheid in zijn fluweelen pakje met kanten kraag, met de lange lokken, den blooten hals, de elegante leedjes; Albrecht, jonger, blond, een lachebekje; beiden zóo weg geloopen uit een Van-Dycksch vorstenportret. En eens heb ik Luitpold gezien, op het paleis-balkon in luitenantuniform: het dertienjarige, fijne, decadent teêre luitenantje, dat salueerde, terwijl een regiment voorbij ging.

Dat jonge prinsje is dood. En de zwarte vlageen somberen tegen den hemel aan .. .

Wie had gedacht, dat de Zeppelinen — wij lachten m Nice om de legende van die zwarte, leelijke, de lucht zelfs leeUjk makende sigaren; wij lachten om ze in Nice, toen in de Semaine d'Aviation de Fransche

Brieven van den Nutteloozen Toeschouwer. »

Sluiten