Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor zich ziet uit schitteren als het tragiesche Duitsche volk.

Ik bewonder hen, zonder hen 1 i e f te hebben.

Zij spraken nooit tot mijn hart, de Onbeminden, die onbemind zich weten: zij spreken nu tot mijne bewondering.

Zij obsedeeren, zij hanteeren mij, zooals Oidipos, Orestes, Macbeth mij hanteerden, mij obsedeerden ...

VII.

München, 30 Aug.

Van morgen, in het koor der Theatiner-kirche — de mooie baroque hofkerk, die met zijn sierlijk beraderde torens in een blauwe zomerlucht omhoog rees — lag het doode prinsje „aufgebart". Niet zichtbaar, maar de zwarte katafalk, waarop zijn kistje, overdekt met sleepend zilver-en-zwart lijkkleed, en daarop de prinsenkroon en zijn luitenanthelm. Twee aan twee ging de menigte, eindeloos, de kerk in en defileerde voor den kleine doode; onbewegelijk, ter zijde der katafalk stonden vier officieren... Aan de voetstukken der kerkzuilen waren overal de bloemenkransen gehangen.

Buiten blauwde de zoele Augustusdag en aan de (Venetië's vlaggestokken nagedane) hooge standaarden wimpelden in de wind-bewogene lucht de sierlijke, goudige wimpels — anders feestwimpels — nu met zwarte zijwimpels omrouwd.

In de zomerstad — mooi is zij, onder dit zomersche blauw, mooi is hët verschiet van af de Mariënplatz, met haar rijk Duitsch (modern) Renaissance-stadhuis tot aan de breede Ludwigstrasse toe — gaan de gedachten steeds naar den Oorlog. Zoeken de oogen steeds telegrammen. Er gebeuren reusachtige epopeeën,

Sluiten