Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gloeien allen voor de zelfde toekomstverwachting: te overwinnen. Oppert een énkele, even zwakhartige den twijfel: als wij maar mannen genoeg hebben!; dan antwoordden alle anderen: Wij hebben twaalf millioen soldaten. Meer! voegt een derde er bij. Wij zullen vechten, niet als de Engelschman, tot de laatste penny maar tot den laatsten droppel bloed...

Ik heb hen bewonderd, ik bewonder hen steeds. Neen, ik heb geen sympathie voor hen, in de innigere beteekenis van het woord. Aan wie zijn zij sympathiek! Hoe dikwijls heb ik niet door een Duitscher zelf hooren zeggen: wij weten het wel: niemand houdt van ons. Wij staan alleen...

Ja, zij staan alleen. Oostenrijk-Hongarije — la vecchia carcassa schelden de Italianen — helpt hen niet, zij zullen dien bondgenoot nog moeten helpen. En Italië... Ik heb het in deze paar dagen overal gehoord; de antipathie voor Duitschland in Italië groeit, groeit iederen dag. Ik wist, in München, niet, dat zij zoo hevig was, die antipathie. Zij weten het niet, in Duitschland. Zij verwijten den Italianen wel hunne onzekere houding van den aanvang, maar zij, weten het niet, dat zij zóo gehaat in Italië zijn. Om hunne hardheid, om hunne heerschzucht, die, zoo zij overwinnen, alles zal verdrukken, Italië tot niets zal maken. Dezen winter, zoo niet eerder, verklaart Italië ben den oorlog.

Zij zijn tragiesch, de door niemand beminde Duitschers. Zij hebben gróót willen zijn en machtig maar memand gunt hun grootheid en macht. Zij staan alleen te maaien, razend. Hoe lange zullen zij het volhouden ? De laatste zege van welke wij hoorden in München, was Maubeuge, 40.000 gevangenen... Hier wordt die zege betwijfeld. En nu is er geen sprake meer van Parijs te bezetten, trekken de Barbaarsche legers zich terug van den Latijnschen grond...

Zij zijn tragiesch, die .Barbaren". Daarom gaat mijn

Sluiten