Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze weêr, zoo als ik ze vroeger kende. Gij zijt weêr precies het zelfde, wat gij vroeger waart, in de dagen mijner jeugd. Is dit om de lucht, de atmosfeer, de stemming-op-straat? Vermoedelijk.? Dit morgenspleen is het Hollandsche. En het maakt mij ongeschikt iets anders te doen dan mijn morgen te verlummelen, terwijl daar ginds, in de landen der zon, ik veel vroeger opstond, ik wandelde, ik werkte, ik genoot...

Morgenuren, sleept voorbij! Gij zijt niet mifne uren, o Hollandsche morgenuren, gij waart ze nóóit, zelfs niet toen ik een schooljongen was. Vijfde en Zesde ure zijn mij niet meer dan een moeilijk zich verzoenen met den nieuwen dag, een loom even courantjeen-brieven-lezen, een zich-rekken, een flaneeren door mijn slaapkamer, met eene onwilligheid aan alles wat die morgenuren van mij eischen.

De Hollandsche morgenstraat is niet enveloppant van troostrijkheid. Zij is net genoeg oninteressant om even een boodschap te doen of even den portier van Het Vaderland mijn feuilleton te overreiken... Dat is alles. Toch, hoe treffen mij telkens weêr en nog altijd als wèl interessant sommige typen: de Scheveningsche visschers in correcte zwarte jassen en platte petjes, die komen flaneeren in de winkelstraten, het echt-Hollandsche, hier en daar • • •

Gelukkig is het Zevende uur aangesleept en nadert het lieflijke uur van het lunch. Dat is wel een gebenedijd uur van materialisme, want al sleepte ik mij mèt de slepende morgenuren voort langs den weg van den Tijd, ik heb, als nadert het gebenedijde lunch-uur... honger, vreeselijke honger en het is een prettig, uur, het lunch-uur. Er is iets opgehelderd in mijn grauwe ziel, met dat zoet materialisme en het is héél vreemd, maar ik voel mij na het Achtste uur, tegen het Negende aan, wèl gedisponeerd tot den arbeid. Een paar uurtjes maar, een paar lichtende middaguurtjes maar, o lezer, die meent, dat ik mij dóód schrijf, wat ik nooit van

Sluiten