Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoelens. Wat een hartstocht ook is, zij getuigt van een ziel, die grooter is dan een hartstochtlooze ziel. Ondeugden, het waren niets anders dan ondeugden geweest, de veile, vuile ondeugden, die alle koninklijkheid hadden gemist...

Nu zag de oude man de ziel van zijn gestorven zoon als open voor zich. Bijna leedloos blikte hij toe, omdat, als de jaren stapelen, het leed zoo ijl en broos wordt, zoo dun en vreemd licht in de afgeleefde ziel, die reeds afrekent met de dingen der wereld. Wat er nog komen kan, ziekte, een ongeluk, geldmoeilijkheid misschien, het is wel steeds zwaar te dragen, maar tóch, het grijpt niet zoo hevig meer aan de ziel, die reeds zoo véél heeft geleefd en geleden en toch weêr boven dreef,-toch nooit onder dompelde in de groote zee... Nu zag de oude man, bijna emotieloos — na zoo vele vergane ontroeringen — die ziel van zijn zoon ... En het was als een tweede schim in de kamer, de duistere, vlam- en schaduwdoorspeelde kamer, naast die broos blanke schim van die jonge vrouw...

Op wiè geleek het kind? Op zijn vader, op zijn moeder... ? Zie, hoe bijna te fijn dat voorhoofd was van het kind, met die zachte adertjes aan de slapen, hoe zijdig die blonde haren, en dan die handen, o, die handen, als zij gebaarden!

Dat oneigenlijke, dat vreemd tooverachtige, de moeder had het zóo bekoorlijk vertoond .— dan was het geweest of er muziek waarde rond om haar heen — sommige innige persoonlijkheden hebben dat — of er iets heel droom erigs van haar uit gaat, een wondere emanatie van bekoring... En de grootvader meende, het kind had ook — van klein kindje af had hij het gehad — die bijna muzikale bekoring, zacht stralend, fluïde rondom zich heen, om hem maar aan te kijken en dan te weten, dat hij wel een heel biz onder e persoonlijkheid, zou worden... Ja, hij had dat teêre van zijn moeder; zoü hij op groeien tot een mannelijk

Sluiten