Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenbeeld van zijne moeder... ? Die was eigenlijk niet méér geweest dan bekoorlijkheid, bijna sprookjesachtige bekoorlijkheid, vóór het lijden haar had gesloopt; misschien zoü het kind vaster persoonlijkheid worden; zoü die vage poëzie bij hém worden een zekere artistieke geaardheid, wie weet, school een vermoèdelijk talent in dat nog zoo jonge geheim van kinderziel... Zekerlijk, het kind geleek op zijn moeder, fyziek, moreel, maar er glansde tóch iets sterkers door dat wazige, oneigenlijke heen... Door dat wat bij de moeder geen weerstand had kunnen geven en gebróken was...

Dat was in de dagen van vroeger... Nu was dat alles zoo ver en vaag en toch... misschien geen drie, vier jaren geleden. Een man, die ondeugden heeft; een broze vrouw, die lijdt en sterft; de man, dien, daarna, zijn eigen overmeesterend leven sloopt; treurige dingen, zeker, en ze zoo te zien in je eigen kinderen, in je eenigen zoon, in een bekoorlijk, lief vrouwtje als zij geweest was... Maar als de jaren stapelen, als de ouderdom komt, onverbiddelijk, worden die treurige dingen zoo ijl, zoo dun, zoo broos: ze zijn dan zoo uit geleefd, zoo af gedaan: de smartelijkste herinnering wordt nauwelijks wat weemoed, de hevigste scène verwemelt weg in heugenis, die, bijna pijnloos, een nevel gelijk, verijlt in het denken; de dood van kinderen, van groote kinderen, van een zoon en een schoondochter wekt nauwelijks meer op dan een zacht weegevoel van rezignatie aan de dingen, die niet anders kónden zijn en moeten worden aangenomen in grooten deemoed, dat er niet méér smartelijkheid nog aan werd toe gevoegd, bijna met dankbaarheid aan het wreede leven, dat het niet méér eischte, niet méér nam, niet méér vernietigde...

Er was het kleinkind over gebleven ; alleen het kleinkind was den ouden man over. In zijn te groote huis — hij had het kunnen behouden, trots alles wat

Sluiten