Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Slechts de gelijkheid der volkeren, gegrondvest op gelijkheid van rechten, zonder verschil tusschen sterke en zwakke naties, maakt een duurzamen vrede mogelijk.

(Uit Wilson's rede van 22 Januari 1917.)

WOORD VOORAF.

De huidige oorlog heeft ons aangetoond, hoe een land, overtuigd van zijn materieel overwicht, het oogenblik gunstig heeft kunnen achten om zijn macht uit te breiden, volgens het bloote recht van den sterkste, waar dat langs den weg van het internationale recht niet, of althans niet in die mate, mogelijk zou zijn geweest.

Hoe men overigens ook moge denken over het land, waarop ■wij doelen, men zal moeten toegeven dat zijn leidende staatslieden volgens hunne oprechte overtuiging handelden.

Men kan anderen alleen begrijpen, wanneer men zich in den gedachtengang van die anderen tracht in te denken. De Duitscher voelt zich eerst Duitscher, en daarna mensch *). Hij beschouwt het als zijn zedelijken plicht, mee te werken aan het blijven voortbestaan van zijn land *): „Deutschland, Deutschland über Alles!" Overal in de wereld ziet hij, dat oorlog een biologische noodzakelijkheid isa); dat alom in de natuur het recht van den sterkste geldt en de zwakke het onderspit delft«). Hij moet er daarom van overtuigd zijn, dat arbeid tot afschaffing van den oorlog onzedelijk en onmenschwaardig is») en dat het in bepaalde gevallen niet slechts het recht, doch de zedelijke plicht van den staatsman is, een oorlog te doen uitbreken»), met name op een oogenblik, wanneer de kans bestaat met betrekkelijk geringe opofferingen veel te bereiken7). En afgezien hiervan, zullen wel weinig Duitschers niet met von Bernhardi instemmen, wanneer hij de „eerlijkheid en kracht onzer politiek" als het beste middel aanprijst, om bij de zwakke buren de overtuiging

*) von Treitschke, Politik I blz. 19.

2) dez. t. z. pl. blz. no.

») von Bernhardi, Deutschland und der nachste Krieg iqh blz 11

*i dez. t. z. pl. blz. 12.

•) dez. t. z. pl. blz. 33.

•) dez. t. z. pl. blz. 42.

7) dez. t. z. pl. blz. 56.

Sluiten