Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen oorlog, die er toch reeds is. Dan bestaat er groot gevaar voor machtsmisbruik, te begaan door eene mogendheid die zich de sterksten waant; door eene mogendheid, waarin de groote geschiedschrijver, opvoeder en moralist von Treitschke oorlog de politiek bij uitnemendheidx) noemt; waarinBismarck gezegd heeft, dat geen verdrag gesloten kan worden zonder de voorwaarde „rebus sic stantibus"*) hetgeen door von Treitschke wordt overgenomen en op politieke en rechtsgronden verklaard en verdedigd 3); een land tenslotte, waarin een rijkskanselier verkondigde, dat ieder verdrag tusschen twee volkeren als tonder behoort te branden, zoodra zich punten van verschil ontwikkelen, die de levensvoorwaarden raken*).

Heeft men iemands handelingen begrepen, door zich diens geestesgesteldheid, in haar ruimsten zin, voor te stellen, dan vindt men den sleutel tot veel, wat onbegrepen was. Alleen langs dezen weg kan men de beteekenis der verrichte, en van de nog te verwachten handelingen leeren inzien en, zoo het geval zich ertoe leent, de maat van het gevaar daarvan ten opzichte van zichzelf, voor heden en voor later, eruit leeren aflezen.

Pas'men deze algemeenheid op Duitschland toe, geeft men er zich wèl rekenschap van, dat geheel dit land alleen dan niet in het teeken van het Pangermanisme^staat, wanneer de keerende krijgskans de druiven doet verzuren, en herinnert men zich, dat de vermaarde militaire schrijver en Pangermaan von Bernhardi de overtuiging van al wat Duitscher heet, d. w. z. zoon van het volk dat naast het Italiaansche het meest idealistisch is6), in deze woorden uitdrukt: „Holland zou bij een Duitsche invasie tot rede worden gebracht, indien het zich tegenover ons partij stelde" •), dan komt het ons voor dat men beter de kwestie zal begrijpen, waarvoor wij thans de aandacht vragen.

l) Politik I blz. 60.

*) „Zooals de zaken nu staan", dat wil zeggen dat, bij veranderde omstandigheden of toestanden, de verbintenis vanzelf verbroken is. Bismarck, Gedanken und Erinnerungen. 1898 Bnd II blz. 258 (Citaat van von Bernhardi, a. b. blz. 324).

s) Politik I blz. 37/38.

*) von Bernhardi, Deutschland und der nachste Krieg 1913 blz 31 5) von Treitschke, Politik I blz. 48. 0^0, ■ 3 ■

*) v. Bernhardi, t. z. pl. blz. 162.

Sluiten