Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standpunt, getuige artikel 13 van het verdrag van 1896, dat zegt: „Het recht van beide contracteerende staten om in gevallen van nood, in het bijzonder van een oorlog of het dreigen van een oorlog, de op hun gebied zich bevindende vuren te blusschen en de tonnen en bakens weg te nemen, blijft door deze overeenkomst onaangetast".

Wel merkwaardig is in dit grenstractaat van ^896, dat het geen enkele aanduiding geeft, hoever de Beneden-Eems zich stroomopwaarts uitstrekt. Verder treft men er de opmerking in, dat de bepalingen der tractaten van 1636—1723 in volle kracht zijn behouden. (Stbl. 29 Sept. 1896). Een en ander beteekent dus zeker geen erkenning van het privilegie anno Ï454.

Zeer terecht zegt generaal van Oordt: „Beide omstandigheden: het verzoek in 1870 gedaan en het redigeeren van artikel 13 bovenvermeld, in 1896, toonen aan, dat de Duitsche Regeering onze souvereiniteit over de Beneden-Eems (linker gedeelte) heeft erkend".

Voor een rivier, die het gebied van twee staten scheidt, geldt het beginsel, dat destroomdraadx)de grensvormttusschen de betrokken staten, tenzij anders mocht zijn overeengekomen. Deze laatste zinsnede zou op de Duitsche voorstelling passen, zoo men op grond van het ontbreken van nadere bepalingen in de tractaten van 1636, 1700, 1706 en 1723 een stilzwijgende instemming met die voorstelling van de zijde van Nederland zou willen lezen. Hetgeen allerminst bewezen is.

Over de vraag, of de Beneden-Eems een rivier is, of een zeearm of -inham, kan getwist worden. Groote analogie bestaat er met de Wester-Schelde, die gewoonlijk als rivier wordt beschouwd. Om deze kwestie juist uit te maken, zou men moeten weten, wat er eerst geweest is, de zeearm of de rivier, en nog tallooze andere eventualiteiten, die niet of uiterst moeilijk zijn na te gaan en vast te stellen. Men kiest zich dus eene opvatting, en het ligt wel het meest voor de hand, dat men zich regelt naar het spraakgebruik, dat spreekt van Wester-Schelde, van Beneden-Eems en Wester-Eems, dus van rivieren. Voor de interpretatie van grensbepalingen is een dergelijke benaming echter van weinig invloed, omdat daar voor nauwe zeeëngten tusschen twee landen in het inter-

*) Lijn van grootste diepte, elders (zie Bijlagen) „dalweg" genoemd. Duitsch „Talweg", Engelsen „mid-channel".

Sluiten