Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beiden moet de grens dus getrokken worden óf in het midden (iigne médiane) óf in den stroomdraad van de vaargeul, tenzij eene andere overeenkomst bestaat.

Daar er in een deel van de Beneden-Eems twee vaargeulen zijn, n.1. de Bocht van Watum en het Oost-Friesche Gaatje, behoort de grens in dit gedeelte midden tusschen de beide vaargeulen in te loopen, om in de gemeenschappelijke deelen, waar de beide stroomdraden elkaar ontmoeten, zich in den éénen stroomdraad voort te zetten.

Naar deze rationeele opvatting is de grens op de kaart volgens de doorgetrokken lijn geteekend.

Hoewel nu de Duitsche Regeering onze aanspraken op de linker Eemshelft blijkens de laatste hierop betrekking hebbende onderhandelingen en overeenkomsten in 1870 en 1896 erkend heeft, en zich in 1911 vereenigd heeft met de benoeming eener commissie tot voorbereiding der grensregeling in de Eems, gaan niet alleen Duitsche schrijvers voort zich op het standpunt van het privilegie anno 1454 te plaatsen (zie bijlage I, blz. 35), doch heeft de Duitsche Staf in I909 het blad van de kaart uitgegeven, waarvan de kaart bij dit opstel eene verkleinde copie is. Het eenige verschil met het origineel is, dat terwille van het gemakkelijke overzicht de diepten van 4—10 M. en van meer dan 10 M. met één tint zijn aangegeven. De Duitsche stafkaart is gebaseerd op opmetingen, in 1891 verricht. Sindsdien heeft de Duitsche Regeering echter een diepe geul laten baggeren van het Oost-Friesche Gaatje tot de haven van Emden. Dit laatste feit kon den Duitschen Staf onmogelijk onbekend zijn. Een vreemden indruk maakt het, dat de diepte van het zooeven genoemde gedeelte op de nieuwe stafkaart niet is bijgewerkt, terwijl de grens, door de onderbroken lijn aangegeven, die op de oudere Duitsche stafkaarten niet voorkomt, wel is bijgewerkt. Het wil ons voorkomen, dat een zoo grove onnauwkeurigheid niet dan opeettelijk begaan is. Of dit in verband staat met de voorbereiding van den toekomstigen oorlog, willen wij thans niet beoordeelen.

Zeker is het in ieder geval, dat de Duitsche Regeering, door het reeds vooraf vastleggen van een grens ten onzen nadeele, bij eventueele latere negotiaties, in verband met de natuurlijke en internationaal aangenomen grens in den stroomdraad, nimmer verliezen, maar slechts winnen kan.

Door verschillende daden heeft de Duitsche Regeering het aannemen van deze grens door haar Staf bevestigd. Dat

Sluiten