Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was buitengemeen handig. Immers, door het uitblijven van een protest onzer Regeering ten aanzien van die daden zou men kunnen aannemen, dat onze Regeering daarmede, en met den grondslag ervan, het privilegie anno 1454, accoord ging. Door verschillende middelen van oeconomische pressie in verband met zekere vitale behoeften onzerzijds, benevens machtsvertoon langs onze grenzen op psychologische momenten, had en heeft de Duitsche Regeering het bovendien in de hand, de waarschijnlijkheid van het uitbrengen van een protest door ons tot zeer kleine afmetingen te beperken.

Het systeem van geschapen precedenten, het prematuur innemen van een bepaaldelijk voor haar voordeelig standpunt, een stand van zaken, die kan worden geïnterpreteerd als stilzwijgende toestemming met een toestand, door de Duitsche Regeering in het leven geroepen, vindt steun i°. door recente Duitsche particuliere geschriften, 2°. uit zeker oogpunt door bijdragen der Nederlandsche Regeering aan het onderhoud van het Eemsvaarwater en 30. door een reeks opzichzelf staande feiten.

In een artikel, getiteld „Deutsch-Niederlandische Grenzfragen" in Der Horizont, Ie Jaargang, ion, bladz. 70—72, houdt de schrijver geheel vast aan het bedoelde, 4% eeuw oude privilegie.

Wat het tweede betreft, komt op de j aarlij ksche begrooting van Marine een post voor, getiteld „Bijdrage aan Pruisen in de onderhoudskosten der verlichting, betonning en bebakening van Beneden-Eems en Wadden, zoomede kosten op de uitbetaling vallende". Deze post heeft betrekking op de overeenkomst, in 1896 door Nederland met Duitschland aangegaan „tot regeling der wederzijdsche verplichtingen van Nederland en Pruisen ter zake van het onderhoud van het kustlicht op Borkum, alsmede van de betonning, bebakening en verlichting der vaarwegen van de Beneden Eems en van haar monden". Artikel 2 van die overeenkomst bepaalt, dat de kosten van onderhoud en beheer door beide Staten ieder voor de helft worden gedragen.

Ter beoordeeling van de grootte der bijdrage, in het dienstjaar 1912 begroot op / 43.700,—, is het noodig te weten, dat de scheepvaartbeweging van Emden niet alleen 8 a 9 maal grooter is dan die van Delfzijl, maar dat bovendien de toename voor Emden in 1909, vergeleken met 1904, ± I5° %> voorDelfzijl slechts ± 10 % bedraagt.

Sluiten