Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bedenkt men nu, dat de scheepvaart van Delfzijl, de diepgaande schepen uitgezonderd, zoo goed als altijd gebruik maakt van de Watumer Bocht, en de gelden voor baggeren, betonning, enz. óók besteed worden voor het Oost-Friesche Gaatje, dat alleen door schepen met grooten diepgang van of voor Delfzijl wordt gebruikt, dan wordt de overeengekomen gelijkelijke verdeeling der kosten voor Nederland even nadeelig als gecompliceerd. Nadeelig, omdat de onkosten naar verhouding voor het gebruik van de Beneden- en Wester-Eems voor ons land zeker minstens tien maal hooger zijn dan voor Duitschland, en in verband met de beweging der scheepvaartcijfers steeds nadeeliger schijnen te zullen worden; gecompliceerd, omdat een zoo groote bijdrage, óók voor het onderhoud van het Oost-Friesche Gaatje, dat zeker volgens geen enkele algemeene internationale regeling ook maar voor een deel aan Nederland zou kunnen vallen, in geen verhouding staat tot het gebruik, daarvan door Nederlandsche schepen gemaakt; en om nog andere redenen. De betaling van de helft der onkosten van bevaarbaarmaking der Beneden- en Wester-Eems, door Nederland, kan het volgende beteekenen: de grens loopt door den stroomdraad, zoodat Nederland de helft betaalt van de onkosten, overal waar de grens door den stroomdraad wordt gevormd. Delfzijl moet nu maar zorgen, dat het zijn scheepvaart zoodanig opvoert, dat het evenveel profiteert van hef vaarwater als Emden. Nederland heeft het dus in de eigen hand, het onevenredig hooge van zijn aandeel in de kosten feitelijk evenredig te maken.

Maar de betaling van de helft der onkosten kan men — en hierin zit vooral het gecompliceerde — ook als volgt uitleggen: Het geheele Eemsgebied is Duitsch. Nederland heeft echter in vredestijd het recht op den passage inoffensif. Maar dit land moet, aangezien het profiteert van een Duitsche onderneming, dat is het bevaarbaar maken van het watergebied, een aandeel in de kosten betalen. En het is billijk dat de vreemdeling, Nederland, die zoo groot gemak heeft van den Duitschen arbeid, zonder zelf iets te doen, nu een naar rato hoogere som betaalt dan de eigenaresse, Duitschland.' Aangezien Nederland nu óók volgens denzelfden maatstaf bijdraagt in de kosten van het bevaarbaar maken, betonnen, etc. van het Oost-Friesche Gaatje, dat onbetwistbaar Duitsch zeeterritoir is, hoewel Nederland dit vaarwater betrekkelijk weinig

Sluiten