Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruikt, mag men aannemen dat Nederland stilzwijgend toestemt in de laatste opvatting: het geheele Eemsgebied is Duitsch.

Deze opvatting wordt bevestigd door een daad, die enkele jaren geleden plaats vond.

Op de linker grens van de Eems, die volgens de Duitsche stafkaart Duitsch watergebied is, doch volgens de internationale opvattingen omtrent grensregelingen in dergelijke gevallen tot Nederland behoort; op eene plaats, die op de kaart met een getande lijn is aangeduid, heeft de Duitsche Regeering een betonnen dam of waterkeering gelegd van vrij groote afmetingen, die tot doel heeft de bevaarbaarheid van de Eems te bevorderen 1).

Tegen het leggen van dezen dam, een belangrijk werk, op een gebied dat men als Nederlandsen behoort te beschouwen, is door de Nederlandsche Regeering, voor zoover men heeft kunnen nagaan, nimmer geprotesteerd. • In den huidigen oorlog hebben zich bij dit alles eenige feiten gevoegd, wel is waar van particulieren aard, maar die toch het bewijs leveren dat de Duitsche Regeering met vrucht troeven verzamelt die zij later, wanneer het tot eene grensregeling in de Eems komen zal, niet zonder succes tegenover onze Regeering zal kunnen uitspelen.

Al die groote en kleine feiten en dadenA«»we«zonder eenigen twijfel geïnterpreteerd worden als even zoo veelvuldige vaststelling van het berusten in een bestaanden toestand.

Zelfs zou men de medëdeeling van de Duitsche Regeering, in het Oranjeboek van 1911 vermeld, en op blz. 13 reeds besproken, ook in dit licht kunnen bezien. Immers, de mededeeling, dat zij accoord gaat met het instellen van eene gemengde commissie tot voorbereiding eener grensregeling in de Eems, prejudicieert in niets ten opzichte van hare overtuiging omtrent den loop der grenslijn en de middelen, waardoor zij deze hare overtuiging aan de tegenpartij, dat is Nederland, zou kunnen wenschen op te dringen.

Herinnert men zich dat „eene opoffering voor een vreemd volk niet alleen niet zedelijk is, maar in tegenspraak is met de souvereiniteitsgedachte (Idee der Selbstbehauptung), die voor een staat het hoogste is" (v. Bernhardi D. u. d. nachste

' !) Het is mij niet gelukt, te weten te komen wanneer deze dam, overigens noodzakelijk voor het bevaarbaar houden van de Eems, is gelegd. Oificieel is slechts bekend, dat hij reeds in 1909 bestond

Sluiten