Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter nog een andere overweging gelden dan die betreffende het „nuttig effect" der gedane uitgaven voor elk der betrokken partijen. De Beneden-Eems bespoelt aan de eene zijde Nederlandsch en aan de andere zijde Pruisisch territoor. Is deze omstandighéid voldoende om een voor ons land zoo hoogst onvoordeelige overeenkomst als die van 1896 te motiveeren? Naar onze meening in geenen deele.

In de ontwerp-begrooting van Marine voor 1912 vinden wij ook vermeld dat België op de uitgaven van artt. 94, a. I en 95, a. en b., voor de verlichting enz. op de Westerschelde aan 's rijks schatkist zal terugbetalen bedragen geraamd resp. op / 9225 en / 33,600, te zamen / 42,825.

Hier hebben wij dus te doen met een restitutie aan Nederland, door een anderen Staat, voor uitgaven, door Nederland op zijn eigen territoor gedaan (volgens verschillende met België gesloten overeenkomsten) en wel, omdat het verrichte werk aan dien anderen Staat (België) ten goede komt (vaart op Antwerpen en Gent). Had dit juiste beginsel: bijgedragen in de kosten, in overeenstemming met het nut, dat elk der betrokken partijen van de Werkzaamheden trekt, ook bij de Eems-overeenkomst voorgezeten, dan zou, zelfs al ware de Beneden-Eems over haar geheele breedte Nederlandsch territoor, Pruisen zeer aanzienlijk meer voor de verlichting, betonning en bebakening moeten bijdragen dan Nederland.

Nog veel vreemdsoortiger, ja belachelijk, zou dè toestand, in 1896 in het leven geroepen, zijn indien de in Duitschj^nd meermalen geuite meening werd gehuldigd, dat aan dit Rijk het souvereiniteitsrecht op de Beneden-Eems óver haar geheele breedte, tot onmiddellijk aan de Nederlandsche wadden, toekomt.

(N.B. Waar verder, bij de behandeling van de grensbepaling; sprake is van de „Beneden-Eems", wordt hier bedoeld het geheele gedeelte van dien stroom, voor zoover de eene oever (of kustlijn) met inbegrip van de wadden Nederlandsch? en de andere Duitsch-territoor is; derhalve: van de grens in den Dollard tot aan zee).

Bij het geval van „De Twee Gebroeders", werd o.m. van Pruisische zijde de erkenning van de souvereiniteit over de Wester-Eems afgeleid uit de omstandigheid, dat in dien stroom door de stad Emden de tonnen en bakens werden geplaatst. De prijsrechter Sir W. Scott wees erop, dat dit allerminst een bewijs van erkenning door Groningen van

Sluiten