Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hieronder zal blijken, dat de schenking volgens algemeen gehuldigde beginselen ook geen betrekking kon hebben op de Beneden-Eems.

In het in September j.1. verschenen Oranjeboek lezen wij op blz. 6: „Grensregeling in de Eems. De Duitsche regeering heeft doen weten, dat zij zich vereenigt met het voorstel om een gemengde commissie te benoemen ter voorbereiding eener grensregeling in de Eems. Te verwachten is, dat deze commissie binnenkort haar werkzaamheden zal kunnen aanvangen". Weldra zal dus blijken hoe het met die beweerde souvereiniteitsrechten is gesteld. In een artikel: „DeutschNiederlandische Grenzfragen" ') wordt <?. m. het navolgende gezegd: „Vbr noch nicht drei Jahren spielte sich in der Ersten Kammer im Haag eine denkwürdige Szene ab. EinAbgeordneter entfaltete vor der Versammlung eine preussische Generalstabskarte, demonstrierte, dass auf ihr die Grenze in der Emsmündung dem Rande der Watten auf niederlandischer Seite folgte und somit der gesamte Strom bis in die See hinaus Preussen zugesprochen wurde und schloss daran unter allgemeinem Beifall die Aufforderung an die Regierung gegen diese, „Okkupation niederlandischen Gebietes" geeignete Schritte vorzunehmen und das Anrecht des Landes auf den halben Strom sicher zu stellen." Na dan eveneens te hebben gewezen op de a.s. grensregeling, beweert de schrijver van het artikel, dat de souvereiniteit van'Duitschland over de geheele Eems zou voortvloeien uit een keizerlijke beschikking, zonder echter aan te geven welke beschikking hij bedoelt en wat daarvan de inhoud is. Hij zegt alleen: „das der gesamte Strom bis in die See hinaus kraft kaiserlicher Verleihung und jahrhundertelangen Besitzes zu Ostfriesland gehore" ').

Ook beweert de schrijver, dat de belangen van Nederland zeer zouden worden gebaat door een beslissing, waarbij de geheele Eems tot Duitsch territoor zou worden verklaard! Dit Sirenengezang doet wel eenigen twijfel rijzen ten aanzien van het vertrouwen, dat schr. zelf in de deugdelijkheid

*) Der Horizont ie Jaarg. (1911), blz. 70—72.

') De schrijver verwijst naar het werk in twee deelen „Ostfrieslands Handel und Schifffahrt" van dr. Bernhard Hagedorn, en naar het artikel van dr. Acker Stratingh in „Bijdragen tot de geschiedenis en oudheidkunde inzonderheid van de Provincie Groningen" (2e dl 1865, 3e dl. 1866). 5 I

Sluiten