Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10 zeemijlen l). De bedoelde rechte lijn vormt dus bij den ingang van de baai de binnengrens van de' territoriale zee en is dus te beschouwen als de denkbeeldige voortzetting van de kustlijn, zoodat de kustlijn in de baai bij de bepaling van de territoriale zee wordt uitgeschakeld. Buiten die rechte lijn strekt zich dan tot op 3 zeemijlen de territoriale zee uit; alles wat binnen die lijn valt, is territoor (in de baai dus: „Zeeterritoor" of „watergebied" •).

Evenmin als ten aanzien van zeeboezems (met nauwen ingang) waaraan slechts één Staat grenst, bestaat er verschil van gevoelen ten aanzien van zeeboezems waarvan één Staat (of meerdere Staten) den ingang beheerschen, doch waaraan meer binnenwaarts, nog andere Staten grenzen. Zulke zeeboezems (ook niet hun ingang) kunnen niet staan onder de uitsluitende souvereiniteit van de Staten, die den ingang beheerschen. De passage inoffensif zal, volgens het z.g. jus innoxii transitus, in elk geval gewaarborgd moeten zijn.

Wel echter bestaat er verschil van gevoelen ten aanzien van zeeboezems met nauwen ingang, als die ingang door twee Staten wordt beheerscht en geen andere Staten meer binnenwaarts aan den zeeboezem grenzen. Toch zal blijken, dat dit verschil alleen betrekking heeft op groote zeeboezems, dat wil zeggen op dezulke waarin, na aftrek van de territoriale zeestrook van 3 zeemijlen breedte langs de kusten van de baai, nog een inwendige ruimte overblijft.

Wij zullen, om dit aan te toonen, twee gezaghebbende schrijvers aanhalen, die ten aanzien van de hierbedoelde zeeboezems verschillende opinies zijn toegedaan.

Oppenheim (International Law I, § 182) zegt: „Gulfs and bays,surrounded by the land of one and the same riparian State, whose entrance is so wide that it cannot be commanded by coast batteries, and, further, all gulfs and bays enclosed by the land of more than one riparian State, however

J) De viaag of die lengte 10 zeemijlen dan wel 6 zeemijlen (dubbele territoriteitsafstand) moet zijn, laten wij hier buiten bespreking, daar de ingang van de „Eemsbaai" (mond van de Eems) nauwer is dan 6 zeemijlen.

*) Men onderscheide „territoriale zee" en „zeeterritoor", iets wat niet door alle schrijvers noodig wordt geacht. Juist bij groote zeeboezems met nauwen ingang blijkt duidelijk het verschil tusschen beide begrippen. Het „droit de passage inoffensif" is wel een zeer belangrijk, maar niet het eenige verschil tusschen „territoriale zee" en „zeeterritoor" (Zie Von Liszt „Volkenrecht" 6e dr. blz. 84 vlgg.)

Sluiten