Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duidelijker dan Oppenheim is dr. Von Ullmann (Völkerrecht § 88). Hij zegt omtrent „Hafen, Buchten, Baien, Golfe, Meerbusen", het navolgende: „Diese Wassergebiete sind jedoch nur dann Territorialgewasser, wenn sie von dem adjazierenden Staat (bezw. den mehreren adjazierenden Staaten) beherrscht, d. h. der Zugang von der Küste aus gesperrt werden kann. Ist die Küste von einem einzigen Uferstaat beherrscht, so bildet der Meerbusen u. s. w. einen Theil des Gebietes dieses Staates. Ist der Zugang von zwei oder mehreren Staaten beherrscht, so gehort der Meerbusen beiden bezw. allen adjazierenden Staaten zu reellen Theilen."

Voorts wijst Von Ullmann er op, dat zelfs als slechts één Staat den ingang behéerscht, (dus a fortiori als twee Staten zulks doen) de baai nooit onder de uitsluitende souvereiniteit van dien Staat (Staten) kan staan, als meer binnenwaarts nog een andere Staat aan den zeeboezem grenst. l) Dit laatste is intusschen voor ons onderwerp van geen belang.

O. i. is het beginsel, door Von Ullmann aangegeven, volkomen logisch en juist. Beheerscht een Staat of beheerschen twee Staten den ingang van de baai, en grenzen meer binnenwaarts geen andere Staten aan die baai, dan is deze een „gesloten binnenzee" (sensu lato) en is er geen sprake van „open zee" of zelfs van „open binnenzee". Er zou geen enkele gegronde reden kunnen worden aangegeven om den zeeboezem „open zee" te noemen, daar hij tot geen ander territoor toegang verleent, dan tot dat van den Staat (de Staten) die den toegang beheerscht (beheerschen) 2) en hij ook geen verbinding tusschen twee open zeeën vormt.

Passen wij nu het voorgaande toe op de Beneden-Eems.

De ingang van de Beneden-Eems ') is in de lijn Róttumer-

*) Ist der Zugang von einem Staate, dagegen die Küste des Meerbusens von einem anderen Staate beherrscht, so hat der erste kein ausschliesliches Hoheitsrecht, über das Gewasser." Uit het door schr. aangehaalde voorbeeld blijkt, dat hij geenszins bedoelt, dat die in de tweede plaats vermelde Staat de geheele inwendige kust behoeft te beheerschen.

2) Men zie hierover wat Oppenheim zegt omtrent de vrijheid van oorlogsschepen van oorlogvoerenden om zich in zulk een zeeboezem te begeven. (Ook zouden in vredestijd een onbeperkt aantal oorlogsschepen van niet-kuststaten zich in de baai mogen ophouden enz.).

3) De als vaarwater onbeteekenende Ooster-Eems blijft buiten beschouwing. De Wester-Eems is trouwens de internationale stroom, waarom het hier gaat.

Sluiten