Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oog—Borkum minder dan zes zeemijlen breed, zelfs al laat men de bij eb droogloopende gronden buiten beschouwing. Daarenboven is, meer naar binnen, de Eems tusschen de wadden, resp. de Ooster-Eems (Duitsch gebied), nergens breeder dan 6 zeemijlen. (De wadden wórden door Scott gequalificeerd als extemal coast). Andere Staten dan die welke den ingang beheerschen, liggen niet aan de Beneden-Eems. Wij kunnen dus zeggen:

De Beneden-Eems is territoor. De grens tusschen Nederland en Duitschland loopt in de Eems, hetzij in het midden van de breedte van dien stroom (ligne médiane), hetzij in de vaargeul (Thalweg).

Bij de bepaling van de grens moet worden vastgehouden aan het beginsel, dat aan de grensregeling in natuurlijke, bevaarbare wateren ten grondslag ligt, te weten, dat de wederzijdsche oeverstaten op den voet van gelijkheid op eigen territoor van het vaarwater kunnen gebruik maken. Is er quaestie van een breedén diepen zeeboezem, dan is het aannemen van de midden-lijn als grens de beste oplossing. Is er één vaargeul, dan zal de lijn van de grootste diepte de grens vormen. Vertakt zich het vaarwater in twee vaargeulen van gelijke of nagenoeg gelijke beteekenis, dan zal de grens ter plaatse kunnen worden genomen tusschen de beide takken. Waar de grootere diepte van den eenen tak alleen het gevolg mocht zijn van de bemoeiingen van een der partijen, zal deze omstandigheid in rekening dienen te worden gebracht. Is, blijkens de ervaring, de richting van de vaargeul op een of meerdere plaatsen aan belangrijke wijzigingen onderhevig, dan zal de grensregeling zoodanig dienen te geschieden, dat de bezwaren, die daaruit zouden kunnen voortvloeien, zooveel mogelijk worden ter zijde gesteld.

Op bovenvermelde grondslagen zal de grensregeling moeten totstandkomen, behoudens de afwijkingen van ondergeschikte beteekenis en de detailbepalingen, die partijen — op grond van overwegingen van practischen aard — wenschelijk zullen achten.

Nooit behoeft- een der oeverstaten van dit voor zeeschepen toegankelijk vaarwater met nauwen, internationalen (Nederlandsch—Duitschen) ingang, in de erkenning door den medecontractant van het beginsel, dat de grens loopt in den stroom, een gunst te zien die eenigerlci tegenprestatie zou vereischen. Dit moet althans het standpunt zijn derge-

Sluiten