Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebied en de grens te trekken over de tusschen beide gelegen zandplaten en ondiepere gedeelten. Waar beide geulen zich verder zeewaarts vereenigen, kan de grens het midden van het vaarwater, den „dalweg", volgen.

In het volgend jaar deelde de Memorie van Antwoord van denzelfden minister mede, dat de aangelegenheid der grensregeling opnieuw door de regeering in overweging was genomen, maar dat hij het voorshands niet gewenscht achtte, daaromtrent in bijzonderheden te treden.

Daarbij is het, voor zoover ons bekend, gebleven; althans officieele mededeelingen zijn sedert, naar wij meenen *), niet verstrekt.

*

Is het thans niet de tijd, ons op een definitieve regeling dezer kwestie voor te bereiden? In 1903 schrijft onze minister van Buitenlandsche Zaken, dat de grens in de Eems moet geregeld worden overeenkomstig de algemeen erkende regelen van het internationaal recht. Maar in 1909 verschijnt een officieele Duitsche kaart, die volkomen tegen deze regelen ingaat en die zich schijnt te baseeren op een middeleeuwsche oorkonde, die op dit punt terecht mocht beschouwd worden als „een vodje papier"; omdat ze vervalscht is.

De oorlog breekt uit. Duitschland doet zooals zijn kaart deed vreezen: het matigt zich het gezag aan over den geheelen Eemsmond, tot vlak onder de Nederlandsche kust. Nederland doet er het zwijgen toe.

Dat zal zoo niet kunnen blijven. Er is niet langer reden uit den weg te gaan voor elke onrechtmatige gezagsaanmatiging; nog minder voor inbreuk op onze rechten.

Niet door overmacht, maar volgens billijkheid zal de Eemskwestie worden geregeld.

*) In de „Telegraaf" van 30 Juli 1917, avondblad, 2e blad, deed Schrijver de volgende rectificatie opnemen: Ter aanvulling van mijn overzicht dezer grenskwestie strekke nog het volgende: In het Oranjeboek 1910/11 komt deze mededeeling voor: „Grensregeling in de Eems. De Duitsche Regeering heeft doen weten, dat zij zich vereenigt met het voorstel om een gemengde commissie te benoemen ter voorbereiding eener grensregeling in de Eems. Te verwachten is dat deze commissie binnenkort hare werkzaamheden zal kunnen aanvangen." Dit is de laatste mededeeling door de Regeering verstrekt. Men heeft nooit vernomen of die commissie benoemd is en of zij iets heeft verricht. Is het niet hoog tijd dat thans zulk eene commissie aan 't werk gaat? (Zie ook blz. 13 en 35. v. d. H. L.),

Sluiten