Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de aanvaardingsrede te Long Branch, New Jersey,

„.... Geen volk blijft onverschillig, wanneer het bestaan en de belangen van alle volkeren in verwarring en gevaar geraken. .... De volkeren der wereld moeten zich verbinden tot gemeenschappelijke waarborgen dat, wat er ook gedaan worde om het bestaan van de geheele wereld in wanorde te brengen, dit eerst moet onderzocht worden voor een rechtbank van de meening der geheele wereld. Dit zijn de nieuwe grondslagen, die de wereld voor zich zelf moet leggen, en wij moeten onze rol spelen in den nieuwen opbouw, op grootmoedige wijze en zonder te veel te denken aan onze afzonderlijke belangen."

Uit de Halve-Eeuwrede te Omaha, Nebras ka, 6 October 1916:

„Als wij verlangend uitzien naar de komende jaren — ik wilde dat ik kon zeggen naar de komende maanden —, naar het einde van dezen oorlog, wenschen wij dat de geheele wereld wete, dat wij bereid zijn in onbeperkte mate van onze kracht bij te dragen tot het bewaren van den vrede ten bate van het menschdom. De wereld is niet langer verdeeld in kleine kringen van belangen. De wereld bestaat niet langer uit buurschappen. De wereld is aaneengebonden door een gemeenschappelijk leven en belang zooals de menschheid nooit te voren zag, en het beginnen van oorlogen kan nooit weer een besloten en persoonlijke zaak voor de volkeren zijn. Wat het leven der geheele wereld in beroering brengt, gaat ook de geheele wereld aan, en het is onze plicht de geheele kracht van dit volk, geestelijk en lichamelijk, ter beschikking te stellen van een bond van volkeren, die er voor zal zorgen dat niemand den wereldvrede verstoort, zonder eerst zijn zaak te onderwerpen aan de meening der menschheid."

2 ~Septejnber 1916:

Sluiten