Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rede op den Gedenkdag der Onafhankelijksverklaring, 4 Juli 1918 :

„Het is van beteekenis — van beteekenis voor hun eigen karakter en oogmerken en de invloeden die zij in beweging zetten — dat Washington en zijne medewerkers, evenals de baronnen te Runnymede, spraken en handelden niet uit naam van een stand, maar van een volk.... Zij dachten niet aan zichzelven en aan de stoffelijke belangen, die besloten waren in de kleine groep van landeigenaars en kooplieden en zakenmenschen met wie zij gewoon waren te doen te hebben in en ten Noorden en Zuiden van Virginia, maar zij dachten aan een volk dat de standen en bijzondere belangen en het gezag van mannen, die zij zeiven niet gekozen hadden om over hen te regeeren, terzijde wilde stellen. Zij koesterden geen eigen oogmerken en wenschten geen bijzondere voorrechten. Met volle bewustzijn beoogden zij dat menschen van alle standen vrij zouden zijn, en dat Amerika een land zou zijn, waar menschen uit elk volk een toevlucht zouden kunnen vinden, die in de rechten en voorrechten van vrije lieden wilden deelen. En wij drukken hunne voetstappen, niet waar? Wij heoogen wat zij beoogden. Wij hier in Amerika gelooven dat onze deelneming aan den tegenwoordigen oorlog slechts de vrucht is van wat zij gezaaid hebben. Onze omstandigheden verschillen slechts hierin van de hunne, dat het ons onschatbaar voorrecht is lieden van alle naties tot deelgenoot te hebben, die niet alleen de vrijheden van Amerika, maar eveneens de Yrijheden van alle andere volken zullen verzekeren. Eens voor al moet vastgesteld worden, wat wij voor Amerika vaststelden in den grooten tijd waaraan wij nu onze bezieling ontleenen.

„Dit dan is onze opvatting van den grooten strijd waarin wij gewikkeld zijn. Duidelijk blijkt de booze opzet van het stuk uit elk tooneel en uit elk bedrijf van het alles overweldigend drama. Aan den eenen kant staan de volkeren der wereld — niet

Sluiten