Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zag hij zijn moeder de nieuwe kiek aan de kennissen en buurmenschen toonen, en met dien eigenaardigen klank in haar stem, als ze aangedaan was, zeggen: — Da's nou me zoon, me jongen, zie-je, die heeft het goed in den Oost! En zijn moeder vergeet-ie niet.

— Toewan, mandikamer kossong... kwam de jongen zeggen.

Langzaam stond hij op en volgde den jongen, die hem met de handdoek en het zeepbakje voorging over de galerijen, waar steeds meer juist ontwaakte logeergasten zich in de krossi malas strekten en met de bloote voeten waaierden.

Bij de kamer van Van Wassenaar wierp hij even het hoofd in den nek. De krossi malas was daar leeg.

Daarom zong hij heel luid in de mandikamer. Hij zong altijd in de mandikamer, maar nu zong hij luider. Als Van Wassenaar in een van de kamers daarnaast was, zou hij kunnen hooren, dat hij zich er niets van aantrok. Dat het hem gloeiend koud liet of zoo'n kale leeglooper veel of weinig ken- • nissen had.

Sluiten