Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Oorspronkelijk was het een smal beekje geweest, dat zich een weg baande door het tropische oerwoud. Het had de berghelling uitgehold tot een diep ravijn. Maar de blandas waren gekomen om den postweg over den Poentjak aan te leggen en het ravijn bleek een machtige hinderpaal. Toen droegen duizenden koelies de aarde aan om het ravijn te overbruggen. Maar de beek stroomde voort en naarmate de dam hooger werd, vormde zich eerst een poel, toen een plas en eindelijk een groot en helder meer. En als de menschen niet voor een uitlaat hadden gezorgd, zou de beek den dam overspoeld hebben. Door een kleine sluis stroomde nu het beekwater verder naar de sawahs, die daar in de Oostmoesson te verdorsten lagen.

Maar aan de andere zijde van den dam bleef het meer, dat zich vormde tot een brok natuurschoon, pijlloos diep en klaar, met weelderig begroeide oevers. De inboorlingen noemden het 't meer van Tjisaroewa.

De gasten van het hotel gingen er spelevaren en als de dagen warm waren geweest, baden ook. Lang hielden zij het nooit in het water uit. Door zijn groote diepte en het steeds aanstroomende water uit de beek, die ontsprong in de koele oer-

/

Sluiten