Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wouden, hoog tegen de hellingen van den Gedeh, was het meer steeds te koel om er lang in te verblijven.

Badkamertjes waren er niet gebouwd, alleen een schuilplaats voor geval van plotselinge regens bij het huisje van den Inlander Kassan, die tevens belast was met het onderhoud van de booten. Men had daar geen badkamertjes noodig, de gasten kleedden zich reeds in het hotel in hun badpak en wandelden aldus, en gehuld in een badmantel den korten weg van het hotel naar het meer. Na het baden hulden zij zich weer in de badmantels en wandelden zoo terug, om zich in 't hotel weer in de kleeren te steken.

Dezen heeten Junidag was het er drukker en levendiger geweest dan ooit, meer dan twintig gasten hadden gebaad en Kassan was zeer tevreden. Hij hoosde het water uit de booten, die niet meer in gebruik waren, en hield tersluiks een oogje op het bootje van den Toewan Inglis, opdat het niet te ver zou afdrijven.

Kassan stak een strootje op en bleef gehurkt zitten droomen. Hij dacht er over, dat hij zich straks aan de warong een eitra glaasje stroop zou laten klaarmaken, want hij had veel geluk de laatste dagen, er waren hem verscheidene en goede fooien in de hand gedrukt. Sinds jaren was het hem niet zoo go├ęd gegaan en sinds jaren had men hier niet zoo druk gebaad, en zoo druk den taal van den Toewan Inglis gesproken.

Kassan hield niet van blandas, hij nam zooveel

Sluiten